Het Greenhouse Gas Protocol, een internationaal erkende standaard voor het meten en rapporteren van broeikasgasemissies, onderzoekt wijzigingen in de rapportagevoorschriften voor bepaalde soorten uitstoot. Voorstanders van de nieuwe richtlijnen stellen dat de huidige regels bedrijven te veel ruimte bieden om hun duurzaamheidsinspanningen te overdrijven, zoals het gebruik van hernieuwbare energie of het streven naar klimaatneutraliteit.

Een groep van meer dan zestig grote bedrijven, waaronder Apple en Amazon, heeft zich echter verzet tegen de voorgestelde aanpassingen. In een gezamenlijke verklaring pleiten zij voor vrijwillige in plaats van verplichte rapportage-eisen. Volgens de ondertekenaars zouden de nieuwe regels investeringen in duurzaamheidsprojecten kunnen verminderen en de energiekosten verhogen.

De huidige richtlijnen van het protocol onderscheiden drie categorieën van emissies, die inzicht geven in de milieuprestaties van bedrijven:

  • Scope 1: Directe uitstoot door activiteiten die een bedrijf zelf beheerst, zoals fabrieksprocessen of voertuigen.
  • Scope 2: Uitstoot die voortkomt uit de productie van elektriciteit, stoom, warmte of koeling die een bedrijf inkoopt.
  • Scope 3: Alle overige emissies die binnen de waardeketen van een bedrijf ontstaan, zoals die van leveranciers of klanten.

De voorgestelde wijzigingen richten zich met name op Scope 2. Bedrijven zouden niet langer vrij zijn om op elk moment van het jaar hernieuwbare energiebewijzen te kopen om hun elektriciteitsuitstoot te compenseren. In plaats daarvan moeten ze hernieuwbare energie inkopen die zowel geografisch dichtbij ligt als gelijktijdig beschikbaar is voor het lokale stroomnet. Deze aanpassing zou de integriteit van duurzaamheidsrapportages moeten vergroten, maar volgens critici leidt het tot onnodige complexiteit en hogere kosten.

De wijzigingen zouden al volgend jaar van kracht kunnen worden als het Greenhouse Gas Protocol akkoord gaat met de aanpassingen. De discussie benadrukt de spanning tussen strengere milieu-eisen en de praktische haalbaarheid voor bedrijven om aan deze normen te voldoen.