Bekeerlingen lijken vaak de enige échte gelovigen om zich heen te hebben. Ze omarmen hun nieuwe geloof met ongekende energie en zonder schaamte – een fenomeen dat zelfs buiten religieuze kringen bekend is als de ‘bekeerlingenijver’. Geen twijfel, geen terughoudendheid. Maar juist dat fanatisme maakt hen verdacht. Wie mag bepalen wat geloof is? Wie hoort erbij, en wie niet? En wie beslist waar het geloof naartoe gaat?
Neem Paulus, ooit een vervolger van christenen, maar later de man die het christendom transformeerde van een kleine Joodse sekte tot een wereldwijde kerk. Niet de oorspronkelijke discipelen, die Jezus persoonlijk kenden, maar juist de bekeerling Paulus kreeg deze historische rol. Dat roept vragen op: wat ging er verloren, en wat werd er toegevoegd toen het oorspronkelijke geloof plaatsmaakte voor een nieuwe boodschap, een idee, en uiteindelijk een instituut? Voor puristen is dat het moment waarop alles misging. Voor anderen ligt het begin ergens anders. Iedereen kiest zijn eigen startpunt.
De overtuiging van de bekeerling is een tweesnijdend zwaard: binnen hun eigen kring maakt het hen tot een bron van inspiratie, maar in de bredere, seculiere wereld fascineert het vooral. De afgelopen jaren is er veel aandacht voor mensen die ‘traditionele’ geloofsovertuigingen omarmen, met name het rooms-katholicisme. Sommigen vinden hun weg naar de ogenschijnlijk nog traditionelere oosters-orthodoxe kerken. Een van de meest bekende voorbeelden is de Amerikaanse vicepresident JD Vance, die in 2019 tot de katholieke kerk toetrad onder invloed van Rod Dreher en Peter Thiel.
Tegenover de dorre monocultuur van het liberalisme of de kleurrijke veelheid van het multiculturalisme zoeken deze nieuwe gelovigen naar diepgang, avontuur en een thuis. Ze omarmen het paradoxaal en het onweerstaanbaar rationeel. Zo wordt er gesproken over bekeerlingen, overtuigingen en de vragen die daarmee samenhangen – een discussie die verder reikt dan alleen religie.