Op 11 mei 1942 weigerde Gordon Hirabayashi, een Amerikaanse burger van Japanse afkomst, zich te melden bij een burgercontrolepost in de door de overheid aangewezen zone. Zijn weigering leidde tot een rechtszaak die uiteindelijk uitmondde in een cruciale uitspraak van de Amerikaanse Hoge Raad.
In Hirabayashi v. Verenigde Staten (1943) bevestigde het hoogste rechtsorgaan van het land de constitutionele geldigheid van zijn veroordeling. De Hoge Raad oordeelde dat de beperkende maatregelen tegen Japanners en Japans-Amerikanen tijdens de Tweede Wereldoorlog gerechtvaardigd waren op grond van de oorlogsomstandigheden.
Hirabayashi’s zaak werd later een belangrijk symbool in de strijd voor burgerrechten. Zijn verzet tegen onrechtmatige discriminatie legde de basis voor latere juridische strijd, waaronder de beroemde zaak Korematsu v. Verenigde Staten (1944), waarin de Hoge Raad eveneens de interneringsmaatregelen voor Japans-Amerikanen goedkeurde.
Pas in 1987 werd Hirabayashi’s veroordeling door een federale rechtbank postuum vernietigd. De rechter oordeelde dat de federale regering destijds bewust bewijs had achtergehouden dat de noodzaak van de maatregelen ondermijnde. Zijn zaak blijft tot op de dag van vandaag een krachtig voorbeeld van burgerlijke moed en de strijd tegen onrecht.