Een federaal hof heeft dinsdag een verzoek van Donald Trump afgewezen om een rechtszaak tegen zijn politieke tegenstanders opnieuw te behandelen. De zaak, die Trump in 2022 aanspande tegen onder meer voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en voormalig FBI-directeur James Comey, werd al eerder door een lagere rechter verworpen.

Trump beweerde dat Clinton en Comey deel uitmaakten van een samenzwering om valse beschuldigingen te verspreiden dat zijn presidentscampagne in 2016 banden had met Rusland. Volgens hem ging het om een grootschalige fraudezaak, maar de rechter oordeelde in januari 2023 dat de aanklacht ongegrond was.

Niet alleen werd de zaak afgewezen, Trump en zijn advocaat Alina Habba kregen ook een boete van bijna één miljoen dollar opgelegd wegens het indienen van een ongefundeerde rechtszaak. Rechter William Pryor Jr. van het Hof van Beroep van het Elfde Circuit bevestigde in november dat veel van de juridische argumenten van Trump en Habba "ongefundeerd" waren. Hij verwees naar eerdere bevindingen dat Trump een "kwaadwillige vervolging zonder vervolging" en een "handelsgeheimclaim zonder handelsgeheim" had ingediend.

Zes van de twaalf rechters in het panel zijn door Trump benoemd. Geen van hen stelde voor om de zaak opnieuw te behandelen.

De volgende stap voor Trump zou het Hooggerechtshof kunnen zijn, als hij de zaak tot het einde wil doorzetten. Het is echter onduidelijk hoe het hoogste rechtsorgaan van het land zou oordelen. De afgelopen weken heeft het hof enkele controversiële uitspraken gedaan over kiesrecht en kiesmanipulatie, die door wetgevers, politieke commentatoren en zelfs sommige rechters zijn bekritiseerd als vooringenomen ten gunste van Trump.