De prijs van Meta’s Quest VR-headsets stijgt met $50 tot $100 (12 tot 20 procent) vanaf 19 april. Het bedrijf wijst op de wereldwijde prijsstijging van cruciale onderdelen, zoals geheugenchips, die bijna alle consumentenelektronica treft, inclusief VR-apparatuur.

Meta’s AI-race verergert de situatie

In tegenstelling tot veel andere techbedrijven die recentelijk prijzen verhoogden, speelt Meta’s eigen beleid een belangrijke rol in de stijgende kosten. De agressieve investeringen in kunstmatige intelligentie leiden tot schaarste en hogere prijzen voor essentiële componenten.

Massale uitgaven aan AI-infrastructuur

Meta heeft dit jaar $115 miljard tot $135 miljard gereserveerd voor kapitaaluitgaven, een forse stijging ten opzichte van $72 miljard in 2025 en slechts $28 miljard in 2023. Het overgrote deel gaat naar AI-infrastructuur, waaronder:

  • Een extra investering van $21 miljard in data centerbedrijf CoreWeave (naast een eerdere toezegging van $14,2 miljard);
  • Een geplande uitbreiding van een datacenter in El Paso, met een investering van $10 miljard (tegen eerder geplande $1,5 miljard).

Deze enorme uitgaven dragen bij aan de stijgende kosten van onderdelen, wat uiteindelijk de consumentenprijs van de Quest-headsets opdrijft.

«De wereldwijde vraag naar AI-capaciteit en de bijbehorende infrastructuur heeft de prijzen van kritieke componenten sterk verhoogd. Dit raakt niet alleen Meta, maar de hele techsector.» — Meta-woordvoerder

Consumenten betalen de prijs

De prijsverhoging treft vooral gamers en VR-enthousiasten. Meta benadrukt dat de stijging noodzakelijk is om de productie voort te zetten, ondanks de hogere kosten. Of de Quest-headsets hierdoor minder aantrekkelijk worden, is nog onduidelijk.