In de Verenigde Staten blijkt opnieuw hoe gevoelige surveillancetechnologieën zoals automatische kentekenlezers (ALPR) kunnen worden misbruikt door degenen die ze zouden moeten beschermen. Uit onderzoek van het Institute for Justice blijkt dat minstens veertien politieagenten deze systemen hebben ingezet om ex-partners, huidige partners of zelfs vreemden te stalken.

Deze gevallen zijn slechts het topje van de ijsberg. Aangezien ALPR-systemen steeds breder worden ingezet, zal het aantal misbruiken naar verwachting alleen maar toenemen. Het merendeel van deze misstanden werd niet ontdekt door interne controles of collega’s, maar pas wanneer slachtoffers vreemde patronen opmerkten en deze meldden.

Waarom blijven misbruiken vaak onopgemerkt?

De meeste agenten die betrokken waren bij deze gevallen werden ontslagen, traden af of werden vervolgd. Op papier lijkt dat op accountability, maar in de praktijk blijft de deur vaak open voor een terugkeer in het politievak. Veel staten hanteren namelijk een gescheiden systeem voor certificering en werkgelegenheid. Zelfs na ontslag kunnen agenten hun certificering behouden, tenzij deze expliciet wordt ingetrokken – een proces dat vaak tijdrovend is en niet altijd tot een definitieve schorsing leidt.

Er is geen openbaar register dat aangeeft of de betrokken agenten hun certificering hebben verloren. Daardoor kunnen ze zonder problemen elders aan de slag gaan bij een andere politie-eenheid.

De mythe van 'niets te verbergen'

Deze situatie ondermijnt het vaak gehoorde argument dat surveillancesystemen zoals ALPR-systemen onschuldig zijn voor burgers die niets te verbergen hebben. Het laat zien dat degenen die toegang hebben tot deze technologieën, deze soms misbruiken. Macht en corruptie gaan vaak hand in hand, en deze gevallen bewijzen dat zelfs degenen die sworn to serve and protect niet immuun zijn voor misbruik van hun bevoegdheden.