Apple TV’s Widow’s Bay is een serie die zich niets aantrekt van traditionele genres. De makers mengen horror, comedy en mysterieuze verhaallijnen op een manier die je niet snel elders ziet. Van schokmomenten tot complexe historische achtergronden, van mysterieuze wezens tot kantoorpolitiek: de serie springt van het ene naar het andere thema, en dat maakt ’m juist zo boeiend.
Het verhaal speelt zich af in een schijnbaar perfect stadje in New England, dat mogelijk vervloekt is door een duister wezen. De sfeer is zowel angstaanjagend als absurd, met een vleugje spookachtige kustvibes en een cast vol excentrieke personages. Denk aan goedbedoelende ambtenaren, politieagenten, roddelaars en compleet gestoorde types. Widow’s Bay is een serie die alles in zich heeft, en dat is precies de bedoeling, aldus bedenker Katie Dippold.
“Ik houd van comedy. Ik houd ook van horror. Ik denk dat die twee prima samen kunnen gaan, mits je er zorgvuldig mee omgaat. Je wilt niet dat de comedy de spanning en de horror ondermijnt. Het is een soort koorddans. Het voelt organisch, maar ik wilde beide elementen echt dienen. Ik wilde dat kijkers een aflevering starten en niet weten of ze gaan lachen of schrikken. Dat vond ik opwindend: een serie die je op een achtbaan zet waar je niet weet wat je te wachten staat.”
De makers zijn zich bewust van de horrortraditie en verwijzen subtiel naar klassiekers als Jaws, Halloween en The Mist. Toch blijft de serie niet hangen in referenties, aldus regisseur Hiro Murai.
“Er is duidelijk liefde voor het horrorgenre, maar we wilden niet te veel verwijzen. We probeerden het verhaal zo rechttoe rechtaan mogelijk te vertellen, ook al gebeuren er absurde dingen. Stel je voor: een boeman loopt met een mes op straat. Hoe zou dat voelen als je het gewoon zou zien? We probeerden de uitvoering zo realistisch mogelijk te houden.”
Voor Dippold was het belangrijk om de menselijke verhalen centraal te houden, ondanks de vele horror-elementen.
“Ik houd van alle horror-dingen in de wereld. Ik wil ze allemaal in een serie stoppen, maar door niet te overdrijven, focus je op de personages. Het leuke aan een boeman is niet de boeman zelf, maar hoe iemand ermee omgaat.”