Nintendo heeft aangekondigd dat de prijs van de Switch 2 in de Verenigde Staten stijgt van $450 naar $500. Deze verhoging, die ingaat op 1 september, is het gevolg van veranderende marktomstandigheden, met name een wereldwijd tekort aan RAM-geheugen.
Ook in andere regio’s worden de prijzen aangepast. In Canada stijgt de prijs van CA$630 naar CA$680, en in Europa van €470 naar €500. In Japan gaat de prijs eerder omhoog: van ¥49.980 naar ¥59.980, al vanaf 25 mei.
Nintendo wijt de prijsverhogingen aan de langdurige impact van de huidige marktomstandigheden. Het bedrijf toonde zich bewust van de gevolgen voor consumenten en andere belanghebbenden:
"Wij bieden onze oprechte excuses aan voor de impact die deze prijsaanpassingen kunnen hebben en danken u voor uw begrip."
De aankondiging volgde op de publicatie van Nintendo’s financiële resultaten voor het boekjaar 2026, dat eindigde op 31 maart. In dat jaar werden 19,86 miljoen Switch 2-consoles verkocht, hoewel het systeem pas in het derde kwartaal (5 juni 2025) op de markt kwam. Voor het boekjaar 2027 verwacht Nintendo slechts 16,5 miljoen verkochte eenheden, een daling die het bedrijf toeschrijft aan de prijsverhoging en de sterke verkoopcijfers in het eerste jaar.
Waarom zijn geheugenchips zo duur?
De Switch 2 maakt gebruik van RAM-geheugen, net als veel andere elektronische apparaten. Deze chips zijn momenteel schaars en duur door de enorme vraag van AI-datacentra. Bedrijven zoals Micron Technology en Sandisk Corporation profiteren van deze vraag: hun aandelen zijn respectievelijk met 653% en 3.450% gestegen in het afgelopen jaar.
Deze bedrijven richten zich in toenemende mate op de levering aan AI-datacentra, ten koste van de beschikbaarheid voor consumentenelektronica. Nintendo, Sony en andere fabrikanten ondervinden hierdoor hogere kosten en een beperktere beschikbaarheid van geheugenchips.