De politieke landkaart van de Verenigde Staten verandert langzaam, maar zeker. Een opvallende trend uit recent Gallup-onderzoek is dat Democraten sinds 2008 positiever staan tegenover buitenlandse handel dan Republikeinen. Sinds 2012 zijn ze zelfs de partij die handel en globalisering actiever omarmt. Dit roept de vraag op of de Democratische Partij bezig is om te schuiven naar een meer libertarische koers, gericht op vrije markten en beperkte overheidsbemoeienis.
Toch is die conclusie voorbarig. Een andere Gallup-enquête toont aan dat Democraten voor het eerst in twintig jaar meer bezorgd zijn over overmatige overheidsmacht dan Republikeinen. Uit de peiling blijkt dat 62% van de Amerikanen vindt dat de federale overheid te veel macht heeft. Bij Democraten en hun aanhangers is dat 66%, tegenover 58% bij Republikeinen en hun kiezers.
Tegenstrijdige opvattingen over de rol van de overheid
De verschillen in opvatting over de overheid zijn groot. 81% van de Republikeinen vindt dat de overheid te veel doet wat beter aan burgers en bedrijven kan worden overgelaten, terwijl slechts 31% van de Democraten die mening deelt. Aan de andere kant vindt 62% van de Democraten dat de overheid meer moet doen om de problemen van het land op te lossen, tegenover slechts 17% van de Republikeinen.
Deze tegenstrijdigheden worden nog duidelijker wanneer gekeken wordt naar de economische achtergrond van kiezers. Amerikanen met een huishoudinkomen van minder dan $40.000 per jaar vinden overwegend dat de overheid meer moet ingrijpen. Dit is relevant omdat uit exitpolls van de presidentsverkiezingen van 2024 blijkt dat Donald Trump in deze groep net iets meer stemmen kreeg dan Kamala Harris.
De opkomst van de 'arbeiderspartij' en de GOP
De laatste drie presidentsverkiezingen laten een duidelijke verschuiving zien: Amerikanen zonder universitaire opleiding stemmen steeds vaker op Trump, terwijl hoger opgeleiden juist massaal voor Democraten kiezen. Deze trend heeft veel waarnemers doen concluderen dat de Republikeinse Partij inmiddels de 'arbeiderspartij' is geworden.
Als deze groep kiezers meer steun heeft voor overheidsingrijpen, dan is het logisch om te veronderstellen dat de GOP in de toekomst de koers van Trump zal volgen. Dit zou kunnen leiden tot meer deficitfinanciering, industriële politiek, invoertarieven en andere economische interventies. Een voorbeeld hiervan is de recente focus op het 'terugbrengen' van productie naar de VS en het stimuleren van infrastructuurprojecten.
'Overvloedliberalen' en de toekomst van de Democraten
Aan de andere kant van het politieke spectrum ontstaat er een nieuwe stroming binnen de Democratische Partij: de zogenaamde 'overvloedliberalen'. Deze groep beleidsmakers en denkers heeft zich recentelijk gerealiseerd dat overregulering en belangenpolitiek de economie schaden. Een voorbeeld hiervan is een recente podcast tussen voormalig Daily Show-presentator Jon Stewart en New York Times-columnist Ezra Klein.
Tijdens het gesprek wees Klein op de complexiteit en bureaucratie die gepaard gaat met federale subsidies. Zo moeten bedrijven die subsidie krijgen voor fabrieken bijvoorbeeld voldoen aan strenge eisen op het gebied van groene energie, diversiteit in het personeelsbestand en kinderopvang op de werkvloer. Daarnaast zijn er talloze administratieve hobbels, zoals commentaarperiodes en uitdagingsprocedures, die de toegang tot deze fondsen bemoeilijken.
"En dan moet je ook nog bedenken dat dit soort regels het voor kleine en lokale bedrijven vrijwel onmogelijk maakt om mee te doen," aldus Stewart. "Alleen grote corporaties kunnen aan deze eisen voldoen."
Deze discussie illustreert de spanning binnen de Democratische Partij tussen de wens om economische groei te stimuleren en de neiging om via regulering en subsidies ingrijpen in de markt. Terwijl de ene groep pleit voor meer vrijheid en minder bureaucratie, ziet een andere groep juist de noodzaak van overheidsingrijpen om sociale en economische ongelijkheid aan te pakken.
Conclusie: een politieke realiteit in beweging
De Amerikaanse politiek is in een fase van snelle verandering. Hoewel Democraten positiever staan tegenover vrije markten en handel, blijven ze vasthouden aan een actieve rol van de overheid. De Republikeinse Partij, daarentegen, lijkt onder invloed van Trump juist meer te gaan inzetten op economische interventie en protectionisme.
Deze verschuivingen tonen aan dat de traditionele scheidslijnen tussen de partijen steeds vager worden. Toch blijft de vraag of deze trends zullen leiden tot een fundamentele herdefiniëring van de Amerikaanse politiek, of slechts tijdelijke verschuivingen zijn in een al decennialang bestaand partijlandschap.