Het Amerikaanse Hooggerechtshof staat op het punt een beslissing te nemen over de distributie van het abortusmedicijn mifepriston. Na een weeklange schorsing van een federale uitspraak die de postorderverkoop van het medicijn verbood, wordt verwacht dat het hof maandag verder stappen zet in deze zaak.
De beslissing van het Hooggerechtshof kan verstrekkende gevolgen hebben. Niet alleen voor de regelgevende bevoegdheid van de Amerikaanse Voedsel- en Geneesmiddelenautoriteit (FDA), maar ook voor abortusverleners en patiënten. De uitspraak bepaalt in hoeverre staten zelf regels kunnen stellen over medicijnen die door de FDA zijn goedgekeurd.
"De kernvraag is: wie mag mifepriston reguleren? Kan een staat verder gaan dan de FDA? Is de FDA het minimum of het maximum?"
— Laurie Sobel, adjunct-directeur vrouwenbeleid bij KFF
De zaak draait om de vraag of staten de distributie van mifepriston mogen beperken, ondanks de goedkeuring van de FDA. Een federale rechtbank in Texas oordeelde eerder dat de FDA geen bevoegdheid heeft om de verkoop van het medicijn via de post toe te staan. Deze uitspraak werd echter tijdelijk geschorst door het Hooggerechtshof, waardoor de verkoop van mifepriston via de post voorlopig doorgang kan vinden.
De uitspraak van het Hooggerechtshof kan een precedent scheppen voor de verdeling van regelgevende bevoegdheden tussen federale en staatsoverheden. Voorstanders van abortusrechten vrezen dat een beslissing in het voordeel van de staten de toegang tot abortusmedicijnen verder kan beperken. Tegenstanders van abortus juichen een dergelijke uitspraak toe, omdat zij vinden dat staten zelf moeten kunnen beslissen over de distributie van medicijnen.
De zaak heeft ook internationale aandacht getrokken, omdat mifepriston wereldwijd wordt gebruikt in abortusprocedures. Een beslissing van het Hooggerechtshof kan niet alleen gevolgen hebben voor de Verenigde Staten, maar ook voor de manier waarop andere landen medicijnen reguleren.