Nieuwe technologie voor immigratiecontrole
Het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid (DHS) ontwikkelt een slimme bril met biometrische identificatie voor federale agenten. Volgens een rapport van journalist Ken Klippenstein, gebaseerd op een budgetaanvraag van het DHS, moeten deze apparaten uiterlijk september 2027 operationeel zijn. Ze bouwen voort op bestaande modellen met videocamera’s en heads-up displays.
De bril kan direct koppelen aan federale databases met biometrische gegevens, zoals gezichtsherkenning, looppatronen en irisscans. ‘Het project levert innovatieve hardware op, waaronder werkende prototypes van slimme brillen, om agenten in het veld realtime toegang te bieden tot informatie en biometrische identificatiemogelijkheden,’ aldus het document.
Brede toepassing mogelijk
Hoewel het DHS de bril rechtvaardigt als noodzakelijk voor immigratiecontrole, waarschuwde een anonieme DHS-advocaat dat de technologie veel verder reikt.
‘Het kan worden geportretteerd als een zoektocht naar illegale immigranten op straat, maar in werkelijkheid beïnvloedt deze ontwikkeling alle Amerikanen, met name demonstranten.’
De bril zou agenten in staat stellen om iedereen in hun blikveld te identificeren, vooral als die persoon op een van de vele DHS-watchlists staat. Dit past in een breder patroon van toenemende surveillance onder de regering-Trump, waarbij enorme hoeveelheden data over burgers en organisaties worden verzameld.
Samenwerking met controversiële partijen
Het DHS werkt samen met bedrijven zoals Palantir, dat bekendstaat om zijn minachting voor democratische principes. De software van Palantir helpt ICE-agenten bij het in kaart brengen van uitzettingsdoelen en het gebruik van AI om deze personen op te sporen. Daarnaast zet ICE een team op om sociale media te monitoren op zoek naar mensen die mogelijk gedeporteerd moeten worden.
Vraagtekens bij toezicht
Critici vragen zich af of het Congres deze inbreuk op fundamentele vrijheden zal tegengaan of stilzwijgend zal accepteren. De ontwikkeling van deze technologie roept belangrijke vragen op over privacy, burgerrechten en de grenzen van overheidscontrole.