Het Southern Poverty Law Center (SPLC), een Amerikaanse mensenrechtenorganisatie, heeft bekendgemaakt dat het onderworpen is aan een strafrechtelijk onderzoek door het ministerie van Justitie. De focus ligt op het gebruik van betaalde informanten om extremistische groepen te infiltreren en inlichtingen te verzamelen.
Volgens een verklaring van Bryan Fair, CEO van het SPLC, richt het onderzoek zich op de historische praktijk van het inzetten van vertrouwelijke informanten. Deze informanten werden ingezet om geweldsdreigingen binnen extremistische organisaties te monitoren en cruciale informatie te delen met zowel lokale als federale handhaving.
Fair benadrukte het belang van deze werkwijze:
‘Toen we begonnen met het werken met informanten, leefden we in de schaduw van het hoogtepunt van de burgerrechtenbeweging. Kerkbomaanslagen, door de staat gesanctioneerd geweld tegen demonstranten en moorden op activisten bleven onbestraft. Wat we van informanten leerden, heeft levens gered.’
Het SPLC, opgericht in 1971 in Montgomery, Alabama, heeft zich sinds haar oprichting gericht op de bestrijding van witte suprematie en extremisme. Toch is de organisatie de afgelopen decennia steeds vaker bekritiseerd, met name vanuit conservatieve hoek. Critici beschuldigen het SPLC ervan partijdig te zijn en hun werk als ‘te links’ te bestempelen, ondanks dat de organisatie zich richt op het opsporen van extremisme, het bevorderen van tolerantie en het aanvechten van discriminatie via juridische procedures.
Vorige maand maakte FBI-directeur Kash Patel bekend dat de FBI de samenwerking met het SPLC heeft beëindigd. Deze stap volgde op een langdurige samenwerking waarbij het SPLC de FBI voorzag van onderzoeksgegevens over extremistische groepen.
De aankondiging van het strafrechtelijk onderzoek roept vragen op over de politieke motieven achter de stap. Critici vrezen dat voormalig president Donald Trump tijdens zijn tweede ambtstermijn de justitie probeert te politiseren om tegenstanders en critici te vervolgen.