De toekomst van sociale media ziet er somber uit. Dat blijkt uit recent onderzoek van Petter Törnberg, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, die al jaren de onderliggende mechanismen bestudeert die sociale media tot een broedplaats maken voor polarisatie, machtsconcentratie en extremisme.

Törnberg concludeert dat de problemen niet voortkomen uit algoritmes, chronologische feeds of de menselijke neiging tot negativiteit. De oorzaak ligt dieper: in de architectuur van sociale media zelf. De structuur van deze platforms creëert onbedoeld feedbacklussen die toxische gedragspatronen versterken. Zelfs de meest ingrijpende aanpassingen aan de platformen lijken weinig effect te hebben, omdat de kern van het probleem onveranderd blijft.

Geen oplossing in zicht

Volgens Törnberg zijn de dynamieken die leiden tot echo chambers, machtsongelijkheid en de versterking van extreme standpunten structureel verankerd in de manier waarop sociale media zijn opgebouwd. Dit betekent dat zelfs de meest ambitieuze pogingen om het systeem te verbeteren, zoals aanpassingen aan algoritmes of feed-algoritmes, waarschijnlijk zullen falen. De problemen zijn niet te wijten aan slechte ontwerpen of slechte bedoelingen, maar aan de fundamentele beperkingen van het huidige model.

Nieuw onderzoek bevestigt zorgen

Sinds zijn eerdere bevindingen heeft Törnberg twee nieuwe wetenschappelijke artikelen en een preprint gepubliceerd die zijn theorieën verder onderbouwen. In het eerste artikel, verschenen in PLoS ONE, richtte hij zich specifiek op het fenomeen van echo chambers. Hij gebruikte een combinatie van agent-based modeling en large language models (LLM’s) om het gedrag van gebruikers op sociale media te simuleren. Door AI-gebaseerde 'persona’s' te creëren, kon hij de complexe interacties tussen gebruikers en hun omgeving nabootsen en analyseren hoe echo chambers ontstaan en in stand blijven.

De illusie van controle

Veel platformen proberen de negatieve effecten van sociale media te beperken met maatregelen zoals fact-checking, algoritmische aanpassingen of beperkingen op desinformatie. Toch blijkt uit Törnbergs onderzoek dat deze maatregelen vaak te oppervlakkig zijn. Ze richten zich op de symptomen, niet op de oorzaak. De onderliggende structuur van sociale media blijft onveranderd, waardoor de toxische dynamieken zich blijven voordoen.

"De problemen van sociale media zijn niet te wijten aan algoritmes of feeds, maar aan de manier waarop deze platforms zijn ontworpen. Zolang de fundamentele structuur hetzelfde blijft, zullen de problemen blijven bestaan."

Een radicaal alternatief?

Törnberg suggereert dat een fundamentele herontwerp van sociale media nodig is om de huidige problemen op te lossen. Dit zou kunnen betekenen dat platformen niet langer gebaseerd zijn op het belonen van engagement, maar op andere principes, zoals het stimuleren van constructieve dialoog of het beperken van machtsconcentratie. Tot nu toe is echter nog geen enkel platform erin geslaagd om een dergelijk model succesvol te implementeren.

De vraag blijft: is er een toekomst voor sociale media, of zijn we gedoemd tot eindeloze toxiciteit? Volgens Törnberg is het antwoord afhankelijk van onze bereidheid om radicaal anders te denken over hoe we digitale platforms moeten inrichten.