De recente oorlog in Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz zetten de wereldwijde oliehandel onder druk. Amerikaanse olie-uitvoer profiteert hiervan, maar de capaciteit van havens en terminals aan de Golfkust dreigt snel een plafond te vormen. Experts waarschuwen dat de huidige groei niet oneindig doorzet.
Olie-uitvoer breekt records, maar groei heeft grenzen
De combinatie van Amerikaanse olie- en petroleumproducten (zoals benzine en kerosine) bereikte vorige week een record van 12,9 miljoen vaten per dag. Dit blijkt uit cijfers van de federale overheid. De stijging is vooral te danken aan de toenemende vraag naar olie uit landen die traditioneel afhankelijk waren van Midden-Oosterse leveranciers.
In normale tijden schommelt de uitvoer van Amerikaanse ruwe olie tussen de 3,5 en 4,5 miljoen vaten per dag. Recentelijk ligt dit cijfer hoger: marktanalist Kpler voorspelt een gemiddelde van 5 miljoen vaten per dag in april. De reden? Grote tankers, zoals de Very Large Crude Carriers (VLCC’s), die elk zo’n 2 miljoen vaten kunnen vervoeren, zijn nu makkelijker beschikbaar door de blokkade. Daarnaast zijn Amerikaanse olieprijzen relatief aantrekkelijk ten opzichte van andere oliegraden.
Infrastructuur als knelpunt
Toch zijn er duidelijke beperkingen. Matt Smith van Kpler schat dat de uitvoer van ruwe olie op korte termijn 6,5 miljoen vaten per dag kan bereiken, maar voor een maandelijkse gemiddelde is 5,5 miljoen vaten waarschijnlijk het maximum. Dit komt door logistieke uitdagingen, zoals de capaciteit van havens en opslagfaciliteiten.
Rob Wilson van East Daley Analytics ziet een ‘zacht plafond’ van 1 tot 2 miljoen vaten extra uitvoer per dag. Ook hij wijst op de beperkte ruimte in de infrastructuur. Daarnaast dalen de voorraden van diesel en andere petroleumproducten snel, waardoor raffinaderijen mogelijk gedwongen worden om hun uitvoer te verminderen om de binnenlandse markt te bedienen.
Geopolitieke gevolgen
De oorlog in Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz dwingen Midden-Oosterse landen om alternatieve routes te zoeken. Zo worden er meer pijpleidingen aangelegd om de Straat van Hormuz te omzeilen. Ook neemt de vraag naar Amerikaanse olie toe, omdat landen buiten de Perzische Golf hun leveranciers diversifiëren.
William O’Neil, analist bij S&P Global Energy, waarschuwt:
‘De huidige uitvoerniveaus kunnen niet oneindig worden volgehouden. Als de voorraden te laag worden, zullen raffinaderijen hun uitvoer moeten verminderen om de binnenlandse markt te beschermen.’
Toekomst: investeringen in capaciteit cruciaal
Een grote vraag is of de huidige trend leidt tot nieuwe investeringen in de uitbreiding van havens en terminals aan de Golfkust. Momenteel zijn er plannen voor een nieuwe raffinaderij in Brownsville, Texas, als onderdeel van het energiebeleid van president Trump. Deskundigen benadrukken echter dat zonder significante uitbreiding van de infrastructuur de groei van de olie-uitvoer snel zal stagneren.
De Amerikaanse overheid ziet raffinaderijen als een kritieke schakel in haar energiebeleid. Een woordvoerster van het Witte Huis, Taylor Rogers, stelt:
‘Raffinaderijen zijn essentieel voor de energiehegemonie van Amerika. De opening van nieuwe faciliteiten, zoals in Brownsville, zal de uitvoerpositie versterken.’
Wat betekent dit voor de wereldwijde oliehandel?
De huidige situatie kan de wereldwijde oliehandel blijvend veranderen. Rob Wilson van East Daley Analytics voorspelt dat sommige handelsstromen na het conflict niet terugkeren naar het oude niveau, maar zich permanent zullen aanpassen. Dit betekent dat landen hun olieaanvoer zullen diversifiëren en minder afhankelijk worden van de Straat van Hormuz.
Voor de VS biedt de huidige situatie een unieke kans om haar positie als olieleverancier te versterken. Toch blijft de vraag of de infrastructuur deze groei kan bijhouden. Zonder investeringen in havens, terminals en raffinaderijen dreigen de Amerikaanse olie-uitvoeren snel hun plafond te bereiken.