Oorlog in Iran drijft brandstofprijzen op

Sinds eind februari heeft de onverklaarde en illegale oorlog in Iran de Amerikaanse consumenten naar schatting 20 miljard dollar extra aan benzine doen betalen. De voorgestelde oplossingen van het Congres lijken de prijzen deze zomer alleen maar verder op te drijven. Deze week stemt de House Foreign Affairs Committee over de DOMINANCE Act, een wet die de Amerikaanse greep op kritieke mineralen moet versterken en de energie-infrastructuur veilig moet stellen.

Herinvoering Bureau voor Energieveiligheid en Diplomatie

Een van de maatregelen in de wet is de heroprichting van het Bureau voor Energieveiligheid en Diplomatie bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit bureau lijkt sterk op het voormalige Bureau voor Energiebronnen, dat vorig jaar door het Department of Government Efficiency (DOGE) werd opgeheven. Voor die tijd was dit bureau verantwoordelijk voor Amerikaanse energie-exporten en het faciliteren van deals tussen bedrijven en opkomende markten.

De wet is niet de enige manier waarop wetgevers het bureau nieuw leven willen inblazen. In april stuurden een groep Democratische wetgevers een brief naar minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio met het verzoek om de sluiting van het Bureau voor Energiebronnen terug te draaien en de werknemers weer in dienst te nemen.

"We hebben energie-expertise nodig om de schade van deze slecht doordachte oorlog te beperken en de gevolgen voor de mondiale energieketen te beheersen."

— Groep Democratische wetgevers in een brief aan minister Rubio

Zonder het bureau zou de VS "als een olifant in een porseleinkast" reageren op geopolitieke energievraagstukken, aldus de brief. De herinvoering van het bureau en haar experts zou de beste manier zijn om verdere marktschokken te voorkomen.

Kritiek op de voorgestelde oplossing

Hoewel het duidelijk is dat de slecht geplande oorlog in Iran wereldwijde energieprijsschokken veroorzaakt, lijkt de uitbreiding van de federale bureaucratie geen adequate oplossing. Het voormalige bureau ontving jaarlijks meer dan 40 miljoen dollar voor emissiereductie in de VS, dat al ruimhartig werd gesubsidieerd door andere overheidsdiensten. Daarnaast financierde het bureau decarbonisatieprojecten in Kazachstan, schone-energieontwikkeling in het Caribisch gebied en vrouwenemancipatieprojecten in Latijns-Amerika.

De afwezigheid van het bureau heeft de Amerikaanse energieproductie niet belemmerd. Volgens de Energy Information Administration produceerde de VS vorig jaar een recordhoeveelheid energie. Ook de geopolitiek is niet verslechterd, ondanks de beweringen van voorstanders van het bureau.

Enkele ontslagen werknemers beweerden dat de afschaffing van het bureau de regering onvoorbereid maakte op de gevolgen van de oorlog in Iran voor de mondiale energieprijzen. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat president Donald Trump, die bekendstaat om zijn weerstand tegen expertadvies, zich zou laten leiden door de inzichten van dit bureau.

Conclusie

De energiecrisis vraagt om effectieve oplossingen, maar de herinvoering van een bureau dat miljoenen kost en zich richt op projecten buiten de kernproblematiek, lijkt geen logische stap. De Amerikaanse energieproductie staat op recordhoogte, terwijl de geopolitieke uitdagingen complex blijven. Een betere aanpak zou kunnen liggen in het herzien van de energiestrategie en het verminderen van de afhankelijkheid van instabiele regio’s zoals het Midden-Oosten.

Bron: Reason