Epstein als voorbeeld van reputatie-wassen via filantropie

Jeffrey Epstein was niet de eerste rijke persoon die met filantropie invloed probeerde te kopen. Toch weigerden sommige organisaties zijn geld. Harvard blokkeerde zijn donaties na zijn veroordeling in 2008, ondanks protesten van medewerkers. Een wetenschapper, die Epstein in een interview had beschreven als een ‘vriend’ en racistisch had gekarakteriseerd, weigerde zelfs kort voor zijn tweede arrestatie in 2019 een aanbod. Zij vroeg zich af: ‘Zou ik geld aannemen van een man die veroordeeld is voor seksuele misdrijven?’ Het antwoord was duidelijk: nee.

Maar anderen zeiden wel ja. Organisaties zoals het Palm Beach Ballet, de Melanoma Research Alliance, de UJA-Federation of New York en het MIT Media Lab accepteerden Epstein’s geld. Zelfs Bill Gates, die later zijn banden met Epstein publiekelijk betreurde, legitimeerde deze vorm van geven tijdens een brunch bij Epstein thuis. Gates’ stichting onderzoekt nu zijn eigen donatiebeleid.

Waarom accepteren organisaties nog steeds geld van dubieuze donoren?

De onthullingen over Epstein leidden tot publieke verontwaardiging: een veroordeelde seksuele delinquent kon zich toegang kopen tot elitekringen via donaties. Toch is er sindsdien weinig veranderd in hoe organisaties omgaan met giftige donoren. Epstein gebruikte filantropie om zichzelf een beter imago te geven, maar hij was niet de enige.

Psychologen wijzen erop dat mensen zoals Epstein of de Sackler-familie zich door donaties niet alleen een beter imago verschaffen, maar zich ook gerechtigd voelen om moreel verwerpelijk gedrag te vertonen. ‘Door iets goeds te doen, voelen ze zich gerechtvaardigd om iets slechts te doen,’ aldus experts.

De dilemma’s van goede doelen

Organisaties worstelen vaak met de vraag wanneer ze giftige donoren moeten afwijzen. Dit is extra moeilijk als het gedrag van de donor in een morele grijz zone valt. ‘Veel organisaties zeggen dat ze hun donoren kennen, vooral de grote,’ aldus H. Art Taylor, president van de Association of Fundraising Professionals (AFP). ‘Maar kennen we ze écht?’

Epstein’s misdaden waren extreem, maar de problemen rondom giftige donoren zijn breder. Een onderzoek uit 2023 toonde aan dat de helft van de respondenten ooit te maken kreeg met een donor die moreel twijfelachtig gedrag vertoonde. Toch accepteren veel organisaties het geld, uit financiële noodzaak of onwetendheid.

De risico’s van giftige donaties

Het accepteren van geld van een dubieuze bron kan op lange termijn ernstige gevolgen hebben. Als bekend wordt dat een instelling oogluikend toeziet op misstanden, kan dit leiden tot:

  • Reputatieschade: Donateurs en het publiek verliezen vertrouwen in de organisatie.
  • Juridische risico’s: Als de donor betrokken raakt bij een schandaal, kan de organisatie meegesleurd worden.
  • Morele schade: Het imago van de organisatie wordt gekoppeld aan dat van de donor.

Wat kunnen organisaties doen?

Experts adviseren goede doelen om proactief beleid te ontwikkelen voor het omgaan met giftige donoren. Dit omvat:

  • Transparantie: Duidelijke richtlijnen over wat wel en niet acceptabel is.
  • Due diligence: Onderzoek naar de achtergrond van grote donoren.
  • Snelle actie: Bij twijfel over een donor, direct afwijzen of het geld teruggeven.
  • Communicatie: Openheid naar medewerkers en donateurs over het beleid.

‘Het is niet alleen een kwestie van geld aannemen of weigeren. Het gaat om de integriteit van de organisatie en het vertrouwen van het publiek,’ aldus een woordvoerder van een grote Nederlandse goed doel.

Conclusie: Tijd voor verandering

De zaak-Epstein toonde aan dat filantropie misbruikt kan worden voor reputatie-wassen. Toch blijven veel organisaties kwetsbaar voor giftige donoren. Door strengere controles en transparantie kunnen goede doelen voorkomen dat ze meewerken aan moreel verwerpelijke praktijken. Het is tijd voor een cultuurverandering in de filantropische sector.

Bron: Vox