Een nieuwe generatie afgestudeerden betreedt de arbeidsmarkt onder zware omstandigheden. Na jaren studeren, sollicitaties en soms zelfs terugkeren bij de ouders, landen ze vaak in een functie waarvoor ze overgekwalificeerd zijn. Uit een recent rapport van ZipRecruiter blijkt echter dat deze groep ondanks de uitdagingen hoopvol blijft over hun toekomstige carrière.
Het rapport, gebaseerd op een enquête onder 1.500 afgestudeerden van 2025 en 1.500 studenten die nog studeren, toont aan dat de arbeidsmarkt drastisch is veranderd. Concurrentie is heviger dan ooit: er zijn minder instapfuncties beschikbaar en kunstmatige intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol. Dit zorgt ervoor dat sollicitanten meer moeite moeten doen om een baan te vinden, terwijl ze minder invloed hebben op de functie die ze uiteindelijk krijgen.
AI beïnvloedt de arbeidsmarkt
Bijna de helft (47%) van de nieuwe afgestudeerden geeft aan dat AI een impact heeft op hun vakgebied. Vooral afgestudeerden in communicatie, media, pr, computerwetenschappen, IT en datawetenschappen ervaren deze verandering het sterkst. Toch voelen veel afgestudeerden zich niet voldoende voorbereid door hun opleidingen: slechts 23% zegt dat hun school uitgebreide AI-training heeft aangeboden voor professioneel gebruik.
Er is ook een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen. Slechts 18,7% van de vrouwelijke afgestudeerden heeft AI-training in hun curriculum gehad, tegenover 28,6% van de mannelijke afgestudeerden. Daarnaast geeft bijna 14% van de vrouwen aan dat hun opleiding zich vooral richtte op de risico’s van AI, zonder te leren hoe ze het professioneel kunnen gebruiken. In een arbeidsmarkt waar AI-kennis steeds belangrijker wordt, kan dit verschil grote gevolgen hebben.
Kansengelijkheid en salarisverschillen
Wanneer vrouwen de arbeidsmarkt betreden, verdienen ze gemiddeld 80 cent voor elke euro die mannen verdienen. Toch zijn er ook positieve signalen. Volgens het rapport vindt 77% van de nieuwe afgestudeerden binnen drie maanden een baan, tegenover 63% een jaar geleden. Dit lijkt een vooruitgang, maar de context is minder rooskleurig: afgestudeerden solliciteren vaker en breiden hun zoektocht uit naar functies waarvoor ze overgekwalificeerd zijn. Bijna de helft (51%) ziet hun huidige baan als een tussenstap naar de carrière die ze echt willen.
Opleiding en netwerken maken het verschil
Ondanks de zorgen over de waarde van een diploma in deze tijd, blijkt dat afgestudeerden een werkloosheidspercentage van 5,6% hebben. Dit is hoger dan het percentage voor alle hogeropgeleide werknemers (3,1%), maar lager dan de 7,8% voor leeftijdsgenoten zonder diploma. Werkervaring en netwerken spelen een cruciale rol. Afgestudeerden met werkervaring hebben meer dan twee keer zoveel kans om direct na hun studie aan de slag te gaan. Bijna 88% van de afgestudeerden die een baan hebben, geeft aan dat netwerken belangrijk was bij het vinden van hun eerste functie.