Een voormalig medewerker van Nike dacht in een bedrijf te werken dat zich vol overgave inzet voor diversiteit, gelijkheid en inclusie (DEI). Ze was onder de indruk van de toewijding van het bedrijf en de uitspraken van toenmalig CEO John Donahoe over maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘Fantastisch, dit is de plek voor mij,’ dacht ze. Maar al snel veranderde haar enthousiasme in frustratie.
Projecten bleven steken in de bureaucratie, toegang tot data was beperkt en ze kreeg de instructie om geen e-mails of bestanden te verwijderen. Pas later bleek dat Nike onderzocht werd door de Amerikaanse Equal Employment Opportunity Commission (EEOC), de instantie die discriminatie op de werkvloer aanpakt. Dit onderzoek was echter geen standaard klacht van werknemers, maar werd geïnitieerd door commissielid Andrea Lucas – later benoemd tot voorzitter van de EEOC onder president Trump.
Lucas beschuldigt Nike ervan dat het bedrijf witte werknemers en sollicitanten discrimineert door middel van DEI-programma’s. Denk aan bonussen die gekoppeld zijn aan diversiteitsdoelstellingen of loopbaanmogelijkheden die specifiek gericht zijn op ondervertegenwoordigde groepen. Sinds haar aantreden in 2025 zet Lucas zich in om, in lijn met Trumps beleid, ‘illegale DEI-gedreven discriminatie op basis van ras en geslacht uit te roeien’.
Volgens een recent rapport van The New York Times zou de EEOC onder haar leiding systematisch klachten indienen tegen bedrijven die DEI-programma’s hanteren. De zaak tegen Nike is daarmee een cruciale testcase die gevolgen kan hebben voor DEI-initiatieven in heel Amerika.
Waarom is Nike een doelwit?
Nike staat bekend om zijn publieke steun voor diversiteit en inclusie. Het bedrijf heeft wereldwijd invloed en wordt gezien als een voorbeeld voor andere organisaties. Voor de voormalig medewerker was dat juist de reden om bij Nike te gaan werken: ‘Als ik bij een bedrijf als Nike kan werken aan DEI, wat kan dat dan niet voor impact hebben?’
Voor Andrea Lucas geldt hetzelfde. In een interview met The New York Times zei ze:
‘Als ik Nike – een van de grootste en invloedrijkste bedrijven ter wereld – kan laten stoppen met DEI, dan zullen alle andere dominostenen vallen.’
Uit gesprekken met voormalige Nike-medewerkers, EEOC-functionarissen, diversiteitsexperts en aandeelhoudersactivisten blijkt dat de zaak tegen Nike niet alleen gaat over juridische kwesties, maar ook over de toekomst van DEI in het bedrijfsleven.
Wat zijn de mogelijke gevolgen?
Als de EEOC zijn gelijk krijgt, kunnen bedrijven wereldwijd hun DEI-programma’s moeten aanpassen of zelfs stopzetten. Dit zou een grote impact hebben op de manier waarop organisaties omgaan met diversiteit en inclusie. Wereldwijd hebben veel bedrijven al afstand genomen van risicovolle DEI-initiatieven, uit angst voor juridische procedures.
Nike zelf ontkent de beschuldigingen. Een woordvoerder van het bedrijf stelt dat het standaard procedure is om werknemers niet te laten wissen tijdens juridische onderzoeken. Toch laat de zaak zien dat de politieke wind is gekeerd: waar DEI jarenlang werd omarmd, staat het nu onder druk van een conservatief beleid dat discriminatie op basis van ras en geslacht juist wil tegengaan – ook als dat ten koste gaat van diversiteitsdoelstellingen.