Het Amerikaanse technologiebedrijf Nvidia steunt een innovatief project waarbij kleine data centers direct bij huishoudens worden geplaatst. Deze units, die uiterlijk lijken op airco-kasten, moeten het groeiende stroomverbruik van datacenters opvangen door ongebruikte capaciteit in huishoudens te benutten.
Hoe werkt het?
Het bedrijf Span, gespecialiseerd in slimme energienetwerken, ontwikkelt deze zogenoemde nodes. Elke node bevat 16 Nvidia-GPU’s, 4 AMD-processors, 4 terabyte aan geheugen en een koelsysteem. Deze units worden naast huizen geplaatst en aangesloten op het bestaande stroomnet.
Span claimt dat huishoudens gemiddeld slechts 42% van hun stroomcapaciteit gebruiken. De slimme energiekasten detecteren deze onbenutte capaciteit en sturen de overtollige stroom naar de GPU’s in de node. Op die manier kunnen de units bijdragen aan gedistribueerde computing-taken, zoals het trainen van AI-modellen of het uitvoeren van complexe berekeningen.
Als tegenprestatie voor het plaatsen van een node bij een woning, betaalt Span een groot deel van de energierekening en internetkosten van de bewoner. Daarnaast zou de nabijheid van rekenkracht voordelen bieden voor gebruikers van AI-diensten, zoals chatbots, omdat de latentie wordt verminderd.
Onbewezen technologie
Hoewel het concept veelbelovend klinkt, is het nog grotendeels ongetest in de praktijk. Span heeft wel prototypes ontwikkeld, maar heeft nog geen enkele unit daadwerkelijk bij een woning geplaatst. Chris Lander, vicepresident van Span, bevestigt dat het bedrijf interne studies en modelleringen heeft uitgevoerd om de haalbaarheid van de technologie te onderzoeken.
Span werkt samen met woningbouwer Pulte Homes om de nodes te integreren in nieuwe woningen. Volgens Pulte is er echter nog maar één woning met een Span-unit uitgerust. Lander licht toe:
"We hebben samengewerkt met Pulte en anderen om de nieuwste proof-of-conceptversie te testen. De prototypes worden momenteel verder ontwikkeld."
Span heeft aangekondigd dat er later dit jaar een pilotproject zal starten met "meer dan 100" geavanceerde nodes. Waar en wanneer dit project van start gaat, is echter nog niet bekend.
Wie betaalt de rekening?
Een van de grootste uitdagingen voor nieuwe datacenters, of het nu om centrale of gedistribueerde systemen gaat, is de vrees voor hogere energiekosten voor omwonenden. Hoewel Span beweert dat hun aanpak de druk op het stroomnet juist vermindert, is dit nog niet bewezen.
Lander reageert hierop:
"Wij geloven dat onze aanpak juist zal leiden tot lagere kosten voor consumenten, omdat we ongebruikte capaciteit benutten en pieken in het stroomverbruik voorkomen."
Critici wijzen er echter op dat het aansluiten van extra belasting op het lokale stroomnet, zoals transformatoren en kabels, op de lange termijn juist kan leiden tot hogere kosten door slijtage en vervanging.
Toekomstvisie
Als de pilot succesvol verloopt, zou dit model een doorbraak kunnen betekenen voor de uitbreiding van datacenters. Het zou niet alleen de druk op het stroomnet verminderen, maar ook de toegang tot rekenkracht dichter bij de gebruiker brengen. Toch blijven er vragen over de betrouwbaarheid, kosten en schaalbaarheid van het systeem.