De term ‘creaky voice’ ofwel ‘krakende stem’ roept vaak beelden op van jonge vrouwen die deze spreekstijl hanteren. Britney Spears is een bekend voorbeeld: haar kenmerkende gebruik van de techniek in haar hit ‘Hit Me Baby (One More Time)’ uit 1998 maakte het fenomeen wereldberoemd. Lange tijd werd aangenomen dat deze spreektrend vooral bij vrouwen voorkwam.

Maar nieuw onderzoek van Jeanne Brown, promovenda aan de McGill University in Canada, toont aan dat dit stereotype niet klopt. Tijdens een presentatie op het congres van de Acoustical Society of America in Philadelphia deze week, maakte Brown bekend dat mannen de ‘creaky voice’ juist vaker gebruiken dan vrouwen. Volgens haar wordt de techniek door het publiek vaak sterker geassocieerd met jonge vrouwen, ondanks dat mannen het vaker toepassen.

Wat is ‘creaky voice’ eigenlijk?

‘Creaky voice’ is de laagste van de menselijke stemregisters, naast het modale register (normale spreekstem) en het falsetregister. Het ontstaat wanneer de stembanden verslappen en onregelmatig trillen. Hierdoor ontstaat een hoorbaar kraken of ratelend geluid, veroorzaakt door de onderbrekingen in de luchtstroom. De fundamentele frequentie van deze stem ligt rond de 70 Hz – ter vergelijking: het menselijk gehoor kan frequenties vanaf 20 Hz waarnemen.

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

Brown analyseerde spraakopnames van zowel mannen als vrouwen en mat de frequentie en duur van de ‘creaky voice’-momenten. Haar bevindingen tonen aan dat mannen in 60% van de gevallen deze spreekstijl toepasten, terwijl vrouwen dit slechts in 40% van de gevallen deden. Daarnaast bleek dat de techniek bij mannen vaak langer aanhield.

Volgens Brown kan de perceptie dat ‘creaky voice’ vooral bij vrouwen hoort, voortkomen uit culturele vooroordelen. “Mensen associëren deze spreekstijl met jonge vrouwen, omdat het in populaire cultuur vaak zo wordt neergezet. Maar in werkelijkheid gebruiken mannen het vaker,” aldus de onderzoekster.

Waarom is dit belangrijk?

De resultaten van Browns onderzoek kunnen bijdragen aan een beter begrip van spraakpatronen en genderstereotypen in de communicatie. Het toont aan dat taalgebruik niet altijd overeenkomt met wat we denken te weten over geslachtsverschillen. Daarnaast kan het inzicht in ‘creaky voice’ helpen bij de ontwikkeling van spraaktechnologieën, zoals stemherkenningssystemen.

Brown benadrukt dat haar onderzoek nog in een beginfase verkeert en dat er meer studies nodig zijn om de resultaten te bevestigen. Toch zet het nieuwe vraagtekens bij een hardnekkig vooroordeel over spraakgedrag.