Ondanks stagnerende vredesonderhandelingen met Iran heeft de Amerikaanse regering onder president Trump vrijdag een nieuwe wapenverkoop van 8,6 miljard dollar aan Israël, Qatar, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten goedgekeurd. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio rechtvaardigde de deal met een zogeheten ‘noodprocedure’, waardoor wapenleveranties zonder de gebruikelijke goedkeuring van het Congres kunnen plaatsvinden.
Dit is de derde keer sinds het begin van de Amerikaanse bombardementen op Iran, twee maanden geleden, dat Rubio deze noodbevoegdheid inroept om wapens aan Israël en zijn bondgenoten te verkopen. Tijdens deze periode zijn zowel de VS als Israël hun munitievoorraden grotendeels leeggeschoten, blijkt uit rapporten. Volgens de Iraanse gezondheidsminister zijn er in Iran al 3.375 doden gevallen, terwijl in Libanon – waar ook intensief wordt gebombardeerd – het dodental op 2.509 staat.
Vorige week schatte een hoge ambtenaar van het Witte Huis de kosten van de oorlog voor de VS op ongeveer 25 miljard dollar. Normaal gesproken moeten wapenverkoopcontracten eerst worden goedgekeurd door het Congres, maar de Amerikaanse overheid maakt hier regelmatig een uitzondering op. Ook de regering-Biden maakte eerder gebruik van deze noodprocedure.
De recentste wapenleverantie omvat onder meer:
- 4 miljard dollar aan Amerikaanse Patriot-luchtverdedigingssystemen voor Qatar;
- ‘Advanced Precision Kill Weapons Systems’ voor Israël, Qatar en Koeweit;
- een ‘Integrated Battle Command System’ voor Koeweit.
De begunstigden van deze contracten zijn grote wapenfabrikanten zoals Lockheed Martin, BAE Systems en Northrop Grumman. Terwijl de oorlog steeds meer kritiek oogst, blijken deze bedrijven de enige te zijn die er baat bij hebben: uit recente peilingen blijkt dat 61% van de Amerikanen de oorlog als een vergissing beschouwt. Een andere enquête toont aan dat de meeste Amerikanen de oorlog zo snel mogelijk willen beëindigen – of uit bezorgdheid om menselijk leed of om de sterk gestegen benzineprijzen.