Een federale rechter in Mississippi heeft vrijdag een beslissing genomen die politieke uitingen in openbare ruimtes van een militair rusthuis aan banden legt. Het vonnis van rechter Halil Suleyman Ozerden in de zaak Fuselier v. RisCassi bevestigt dat bewoners van het Armed Forces Retirement Home – Gulfport (AFRH-G) geen politieke kleding mogen dragen of politieke slogans mogen tonen in gemeenschappelijke ruimtes.
De zaak draait om de bewoner Fuselier, een Vietnamveteraan en langdurige inwoner van het rusthuis. Fuselier, een overtuigd aanhanger van voormalig president Donald Trump en andere Republikeinse politici, wilde zijn steun betuigen door politieke kleding en borden met slogans te dragen in de openbare ruimtes van het complex. Hij streefde ernaar om onder meer de uitspraken "Trump 2024 Save America Again!" en "Let's Go Brandon" te tonen, evenals borden op zijn looprek met teksten als "Vote Republican Vote MAGA" en "Tate Reeves for Governor".
Het bestuur van het AFRH-G verbood deze uitingen echter, verwijzend naar de huisregels die politieke kleding en slogans in gemeenschappelijke ruimtes verbieden. Deze regels zijn bedoeld om de harmonie, veiligheid en het comfort van alle bewoners te waarborgen. Het verbod geldt voor kleding of accessoires met racistische, seksistische, politieke of etnische leuzen.
De rechter oordeelde dat het verbod op politieke kleding rechtmatig is, ondanks dat bewoners van openbare woningen in andere gevallen wel ruimte krijgen voor politieke uitingen. Hij wees erop dat het AFRH-G een gesloten, beveiligd complex is onder direct toezicht van het ministerie van Defensie. Bewoners moeten zich houden aan strikte regels, zoals het invullen van een verlofformulier bij afwezigheid van meer dan 24 uur, een alcoholverbod buiten aangewezen zones en een verbod op het dragen van vuurwapens op het terrein.
De rechter verwees naar eerdere jurisprudentie, zoals de zaak Resident Action Council v. Seattle Housing Authority (2008), waarin een verbod op het ophangen van borden aan deuren van huurwoningen werd vernietigd omdat het de grondwettelijke rechten van bewoners beperkte. Toch benadrukte de rechter dat het AFRH-G een unieke situatie betreft, gezien de militaire context en de specifieke beveiligings- en harmonie-eisen.
Het vonnis onderstreept dat de vrijheid van meningsuiting niet absoluut is, zelfs niet in privésituaties zoals een militair rusthuis. Bewoners moeten zich houden aan de regels van de instelling, zolang deze regels redelijk en niet-discriminerend zijn.