De eerste ambtsperiode van de tweede regering-Trump wordt gekenmerkt door een economisch en buitenlands beleid dat de wereldwijde vrijhandel en migratie niet alleen wantrouwig benadert, maar als schadelijk voor de Amerikaanse welvaart bestempelt. In januari zette minister van Handel Howard Lutnick de toon tijdens het World Economic Forum in Davos. Hij verklaarde dat het decennialange streven naar economische liberalisering een ‘enorme fout’ was geweest.

“De regering-Trump en ik zijn hier om één duidelijke boodschap over te brengen: globalisering heeft het Westen en de Verenigde Staten in de steek gelaten”, aldus Lutnick. “Het heeft Amerika achtergelaten.” Maar klopt deze stelling wel?

Het is lastig te rijmen met de eigen levensloop van Lutnick. Zijn grootvader runde een stomerij in de Bronx, zijn vader was hoogleraar geschiedenis. Lutnick zelf werd in 1990 CEO van het New Yorkse investeringsbank Cantor Fitzgerald en is sindsdien miljardair – en nu ook nog eens topfunctionaris in de Amerikaanse overheid. Als dit het bewijs is van een ‘mislukte’ globalisering, dan willen we allemaal zo’n pech hebben.

Ook de economische cijfers spreken Lutnicks beweringen tegen. Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking is een van de meest directe indicatoren van welvaart. In 1990, toen Lutnick de leiding van Cantor Fitzgerald overnam, bedroeg het Amerikaanse bbp per hoofd ongeveer $40.000 (gerekend naar huidige waarde). Afgelopen jaar lag dat cijfer, na ruim drie decennia globalisering, op meer dan $70.000. De Amerikaanse economie is in reële termen aanzienlijk sterker geworden.

Maar werknemers worden niet betaald met bbp-cijfers, zo benadrukken critici van de vrije handel terecht. Toch zijn ook de lonen gestegen: het gemiddelde uurloon is in twintig jaar tijd gestegen van ongeveer $20 naar meer dan $36. Het aantal huishoudens met een jaarinkomen boven $100.000 (gecorrigeerd voor inflatie) is in vijftig jaar verdrievoudigd, terwijl het aantal huishoudens met een inkomen onder $35.000 is afgenomen.

De beste maatstaf voor welvaart is echter niet het inkomen of nationale economische data, maar de levensstandaard. Amerikanen hebben vandaag de dag toegang tot betere technologie, geavanceerdere medische zorg en meer comfort zoals airconditioning dan ooit tevoren. Ze werken minder uren (ondanks een hoger inkomen), reizen meer, eten beter en leven langer dan hun voorgangers. Hoewel niet alle verbeteringen toe te schrijven zijn aan globalisering, klinkt dit niet als een samenleving die ‘achtergelaten’ is.

Natuurlijk bestaan er nog steeds economische problemen, zelfs in een van de rijkste samenlevingen ter wereld. Inflatie, stijgende huurprijzen en hoge medische kosten zijn voor velen een zware last – vaak verergerd door overheidsbeleid. Lutnick en de rest van de populisten in de regering-Trump zouden zich moeten richten op het oplossen van deze reële kwesties, in plaats van evidente onwaarheden te verspreiden om hun agenda te dienen.

Bron: Reason