Citizen science als krachtig instrument tegen slakkenziekten
Citizen science – waarbij burgers wetenschappelijke data verzamelen – groeit uit tot een erkende en betrouwbare methode om lokale omstandigheden te monitoren. Toch vraagt deze aanpak om aanpassingen aan de specifieke context, zoals de achtergrond van deelnemers, hun opleidingsniveau of beschikbare tijd. Hoe past citizen science zich aan in lage- en middeninkomenslanden (LMIC)?
Lessons from het ATRAP-project in Oeganda en Congo
Een recent onderzoek, gepubliceerd in Community Science, werpt licht op het ATRAP-project (Action Towards Reducing snail-borne Parasitic diseases). Dit initiatief richt zich op het monitoren van ziekten die door slakken worden verspreid in Oeganda en de Democratische Republiek Congo (DRC). De onderzoekers benadrukken dat succesvolle toepassing van citizen science afhangt van twee cruciale factoren:
- Materiële en sociale voordelen voor deelnemers: Lokale gemeenschappen moeten direct profijt ervaren, bijvoorbeeld door toegang tot gezondheidsinformatie of kleine financiële vergoedingen.
- Sociale structuur en lokale praktijken: Traditionele hiërarchieën en gemeenschapsdynamieken spelen een sleutelrol in de acceptatie en effectiviteit van burgerwetenschap.
Het onderzoek daagt bovendien de universele toepasbaarheid van de 10 principes van de European Citizen Science Association (ECSA) uit. Deze principes, ontwikkeld in een Europese context, blijken niet altijd geschikt voor LMIC’s.
Waarom maatwerk essentieel is
De auteurs, onder wie Muki Haklay (hoofdredacteur van Community Science), tonen aan dat citizen science alleen effectief is wanneer het aansluit bij de lokale realiteit. In Afrikaanse landen zoals Oeganda en Congo betekent dit:
- Het betrekken van traditionele leiders en lokale gezondheidswerkers bij het ontwerp en uitvoering van projecten.
- Het integreren van bestaande gemeenschapsstructuren, zoals markten of religieuze bijeenkomsten, als platform voor data-verzameling.
- Het bieden van directe voordelen aan deelnemers, zoals trainingen of toegang tot medische zorg.
Een paradigmaverschuiving in burgerwetenschap
Het ATRAP-project bewijst dat citizen science verder gaat dan louter data-verzameling. Het kan een brug slaan tussen wetenschap en gemeenschappen, mits de aanpak wordt aangepast aan de lokale context. Dit vraagt om flexibiliteit en een diepgaand begrip van sociale dynamieken – iets wat de traditionele ECSA-principes niet altijd bieden.
"Citizen science in LMIC’s moet niet alleen wetenschappelijk robuust zijn, maar ook sociaal rechtvaardig. Dat betekent dat we lokale kennis en behoeften centraal stellen."
– Muki Haklay, hoofdredacteur Community Science
Toekomstperspectief: van onderzoek naar actie
De inzichten uit het ATRAP-project bieden waardevolle lessen voor andere LMIC’s die worstelen met slakkenziekten, zoals bilharzia. Door citizen science te koppelen aan lokale gezondheidsprogramma’s, kunnen overheden en NGO’s effectiever ziektepreventie en -bestrijding organiseren.
Het onderzoek, gepubliceerd onder de titel Citizen science principles in practice: Lessons from Uganda and the Democratic Republic of Congo, verscheen in Community Science (2026).