Op 15 april hield rechter Clarence Thomas van het Amerikaanse Hooggerechtshof een toespraak aan de Universiteit van Texas in Austin ter gelegenheid van de 250ste verjaardag van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Zijn boodschap was helder: de beginselen van gelijkheid en onvervreemdbare rechten zijn onwrikbaar, zelfs in tijden van discriminatie.
Thomas verwees naar de tweede alinea van de Onafhankelijkheidsverklaring, die stelt: "We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights…"
Voor Thomas waren deze waarheden tijdens zijn jeugd geen abstracte concepten, maar onbetwistbare principes. Hij groeide op in een omgeving waar deze ideeën centraal stonden, ondanks de wettelijke segregatie en discriminatie van die tijd. Zelfs zonder formele opleiding begrepen de mensen om hem heen dat hun rechten en waardigheid voortkwamen uit een hogere bron dan de overheid.
Zijn grootvader, een ongeletterde man, sprak vaak over rechten en plichten die voortkwamen uit God, niet uit de architecten van segregatie. Volgens Thomas waren deze principes zo fundamenteel dat ze niet door mensen konden worden weggenomen, hoe hard ze ook probeerden. Leven, vrijheid en eigendom waren voor hem sacrosancte waarden, die niet onderhandelbaar waren.
Thomas waarschuwde echter voor een tendens in intellectuele kringen om deze beginselen te compliceren. Vaak worden ze behandeld als abstracte filosofische discussies, terwijl ze in werkelijkheid de kern vormen van de Amerikaanse identiteit. Volgens hem moeten deze waarheden niet worden verwaterd tot academische spelletjes, maar moeten ze blijven functioneren als de kompassterren van de natie.
Zijn toespraak benadrukt dat de waarheden uit de Onafhankelijkheidsverklaring niet alleen historische documenten zijn, maar levende principes die de basis vormen voor gerechtigheid en gelijkheid.