De Straat van Hormuz, een smalle zeestraat van slechts 24 mijl breed, is een van de meest strategische waterwegen ter wereld. Vernoemd naar een oude Perzische god, verbindt deze route de olierijke Golf van Perzië met de Indische Oceaan. De kustlijn wordt gekenmerkt door steile kliffen, inhammen die doen denken aan Noorse fjorden, en kleurrijke zoutformaties. Langs beide kanten staan eeuwenoude Portugese forten, en traditionele dhows – zeilschepen met een rijke geschiedenis – varen nog steeds over het water, vaak met toeristen of kleine handelsgoederen aan boord.
Maar deze idyllische waterweg is ook de meest kwetsbare schakel in de moderne wereldeconomie. Op 28 februari 2026, kort na een gezamenlijke Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran, maakte het Iraanse leger via de radio bekend dat de straat gesloten was voor scheepvaart. Twee dagen later werd een olietanker getroffen door een (vermoedelijk Iraans) wapen, waarbij twee bemanningsleden omkwamen. Voor de weinige schepen die nog durfden te passeren, werden multimiljoenen dollars aan losgeld geëist.
De gevolgen waren direct voelbaar. De prijs van ruwe olie verdubbelde in de eerste weken van de oorlog. Maar olie is niet het enige probleem. Veel kritieke industriële processen wereldwijd zijn afhankelijk van grondstoffen uit de Golf, met name uit de petrochemische industrie – een sector die Iran direct bombardeerde. Het herstel van deze fabrieken zal maanden duren, zelfs als de kust weer veilig is.
Elektronicafabrikanten in Zuid-Korea en Taiwan kampen plotseling met een tekort aan helium, een essentiële grondstof voor de productie van halfgeleiders. De kunststof-, metaal- en farmaceutische industrieën hebben soortgelijke problemen met andere cruciale grondstoffen. En de wereld staat voor een voedselcrisis in 2027, omdat boeren moeite hebben om kunstmest te vinden voor het komende plantseizoen.
President Donald Trump heeft de heropening van de Straat van Hormuz tot een van de belangrijkste doelen van de oorlog gemaakt. Tijdens de wapenstilstand in april 2026 probeert hij de gevolgen van zijn eigen beslissing ongedaan te maken. Deze oorlog was een keuze, en het was een keuze die decennialang werd voorbereid door de zogenaamde 'Iran-haviken'.
Jarenlang voorbereid op oorlog
Al jarenlang lobbyden Amerikaanse haviken – zowel binnen als buiten de regering – voor een harde aanpak van Iran. Zij maakten het politiek gezien makkelijker om oorlog te voeren dan om te onderhandelen. Politici namen het voor lief dat de problemen van Israël en de Arabische monarchieën ook Amerikaanse problemen waren. Elke poging tot diplomatie of zelfs containment werd door deze groepen afgeschoten. In plaats daarvan werd de VS aangemoedigd om steeds grotere risico’s te nemen, zonder dat er een openbaar debat over oorlogsvoering plaatsvond.
"Als Iran een quasi-bestaansbedreiging vormt, diplomatie een politiek nadeel is en sancties niet werken, wat blijft er dan over behalve militaire kracht?"
Robert Malley, voormalig onderhandelaar namens de regering-Biden voor Iran, schreef onlangs in The New York Times een kritisch essay. Daarin wees hij op de rol van zijn voormalige baas, president Biden, in het creëren van de omstandigheden die tot deze oorlog hebben geleid. "Als de VS niet steeds opnieuw in oorlogen in het Midden-Oosten verzeild wil raken, moet het stoppen met het vermijden van een open debat over oorlog en vrede."