Twee maanden na de gezamenlijke aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran is er nog steeds geen einde in zicht aan het conflict. De discussies over de duurzaamheid van deze oorlog richten zich vaak op de beperkingen van militaire en diplomatieke oplossingen. Maar er is nog een andere cruciale factor die naar voren komt: de afnemende effectiviteit van Amerikaanse sancties.

De VS zijn decennialang de onbetwiste economische en militaire grootmacht geweest, vooral sinds het einde van de Koude Oorlog. Met een militair budget dat ver uitstijgt boven dat van China, de dichtste concurrent, en een centrale rol in het mondiale financiële systeem, heeft Washington vaak economische dwang ingezet om buitenlandse beleidsdoelen te bereiken. Denk aan sancties tegen Noord-Korea onder het Kim-regime, Rusland na de invasie van Oekraïne, of Iran sinds de revolutie van 1979 die de VS-gezinde sjah verdreef. Maar nu de wereldorde verschuift en China aan invloed wint, verliest de VS geleidelijk de mogelijkheid om economische macht effectief als wapen te gebruiken.

Als experts op het gebied van economische sancties en staatsmanschap zien wij dat de oorlog in Iran duidelijk maakt dat de Amerikaanse sancties steeds minder opleveren. Sinds 1979 zijn de betrekkingen tussen Washington en Teheran vijandig. Amerikaanse beleidsmakers hebben Iran consequent bestraft, geïsoleerd en ingedamd, onder meer door middel van primaire, secundaire en gerichte financiële sancties. Deze maatregelen waren gericht op vermeende staatssteun aan terrorisme in de regio en het nucleaire programma van Iran.

Toen Iran in 2003 zijn nucleaire ambities openbaarde, leidde dit tot VN-sancties. De VS en de EU versterkten hun samenwerking en beperkten de toegang van Iran tot het Europese banksysteem. Volgens politicoloog Adam Tarock resulteerde dit in een situatie waarin Iran "een beetje won, maar veel verloor".

Het Gezamenlijk Alomvattend Actieplan (JCPOA), ondertekend in 2015 tussen de VS, Iran, de EU, Rusland en China, legde beperkingen op aan het nucleaire programma van Iran in ruil voor opheffing van sancties. Op dat moment leed de Iraanse economie onder hoge inflatie en stijgende voedselprijzen. Het akkoord bood hoop op verlichting na decennialange economische druk. Maar in 2018 trok de VS zich onder president Trump terug uit het JCPOA en herstelde de sancties, ondanks gebrek aan steun van andere landen.

De herinvoering van sancties als onderdeel van de "maximum pressure"-campagne van Trump leidde ertoe dat de meeste internationale bedrijven uit angst voor risico’s afzagen van handel met Iran. Ondanks pogingen van de EU om het JCPOA te behouden, hervatte Iran in 2019 zijn uraniumverrijking, een jaar na het Amerikaanse vertrek. De regering-Biden heeft sindsdien weliswaar een meer gematigde toon aangeslagen, maar de sancties blijven grotendeels van kracht. De Iraanse economie is hierdoor verder verzwakt, maar het regime in Teheran heeft zich weten aan te passen en blijft overeind.

Deze ontwikkelingen tonen aan dat economische sancties, ooit een krachtig instrument van Amerikaanse buitenlandse politiek, hun glans verliezen. De wereld is multipolair geworden, en landen als China en Rusland zoeken alternatieve economische partnerschappen. Iran heeft bijvoorbeeld zijn handel uitgebreid met landen als China, India en Rusland, waardoor de impact van Amerikaanse sancties wordt verminderd. Bovendien heeft de internationale gemeenschap, inclusief bondgenoten van de VS, steeds vaker kritiek op de eenzijdige sanctiepolitiek van Washington.

De oorlog in Iran is niet alleen een militair en diplomatiek dilemma, maar ook een economisch. Het laat zien dat de VS, ondanks hun historische economische dominantie, steeds minder in staat zijn om via sancties hun wil op te leggen. De tijd van onbeperkte economische macht lijkt voorbij.