Elk jaar rapporteren tienduizenden bedrijven wereldwijd vrijwillig hun broeikasgasuitstoot. In 2025 deden meer dan 22.100 ondernemingen mee, goed voor meer dan de helft van de wereldwijde aandelenmarkt. Toch blijkt uit interne bronnen dat veel van deze berekeningen verre van nauwkeurig zijn.

De oorzaak ligt niet bij de bedrijven zelf. Zij vertrouwen op standaarden van de Greenhouse Gas Protocol, een non-profitorganisatie die methoden ontwikkelt om uitstoot te meten. Het dilemma: de meest nauwkeurige methode is vaak niet haalbaar, terwijl eenvoudige methoden tot sterk vertekenende resultaten leiden.

Critici wijzen de organisatie al langer aan als medeverantwoordelijk voor het fenomeen waarbij bedrijven op papier groener lijken dan in werkelijkheid. In 2022 startte de Protocol met een ingrijpende hervorming om dit aan te pakken. Er kwam een Onafhankelijke Standaardenraad die updates van de rekenregels moest goedkeuren. Daarnaast werden technische werkgroepen opgericht om specifieke onderwerpen uit te werken, zoals de berekening van elektriciteitsgebruik en ketenemissies.

De nieuwe structuur moest de geloofwaardigheid en integriteit van de standaarden versterken. Vooral omdat overheden, waaronder de EU en de staat Californië, de standaarden van de Protocol overnamen in hun wettelijke klimaatrapportageverplichtingen.

Maar volgens betrokkenen is de hervorming op een mislukking uitgelopen. In plaats van meer transparantie en verantwoording, heerst er nu een sfeer van geheimzinnigheid en verdeeldheid. Wetenschappers en industriële vertegenwoordigers worden tegen elkaar uitgespeeld. Belangrijke documenten, zoals voorstellen en stemverslagen, blijven geheim. Besluiten worden achter gesloten deuren genomen en zelfs niet gedeeld met de werkgroepleden die onbetaald meewerken aan betere standaarden.

Een treffend voorbeeld is de ervaring van Kate Dooley, lid van de technische werkgroep voor boskoolstofberekeningen. Dooley, politiek wetenschapper en docent aan de Universiteit van Melbourne, werkt al twintig jaar aan boskoolstofvraagstukken. Sinds december 2024 maakt ze deel uit van de 17-koppige werkgroep, die een controversieel debat moet oplossen over hoe bedrijven die bossen bezitten of beheren, hun uitstoot moeten rapporteren.

Dooley en andere deelnemers melden dat de werkgroep wordt gedomineerd door industriële belangen. Voorstellen en stemresultaten worden niet openbaar gemaakt, waardoor het onmogelijk is om te controleren of besluiten objectief zijn genomen. Ook de Onafhankelijke Standaardenraad en een aparte stuurgroep zouden hun werk niet transparant uitvoeren. De stuurgroep, die de finale besluiten neemt, zou volgens bronnen soms tegen de aanbevelingen van de Standaardenraad ingaan, zonder dat dit wordt gedocumenteerd.

De Greenhouse Gas Protocol ontkent de beschuldigingen niet volledig. In een reactie stelt de organisatie dat de hervormingen nog in volle gang zijn en dat er binnenkort meer transparantie zal komen. Toch groeit de onrust onder wetenschappers en maatschappelijke organisaties. Zij vrezen dat de standaarden steeds meer een wash-and-greenwash worden, waarbij bedrijven hun uitstoot kunnen manipuleren zonder dat dit wordt opgemerkt.

De gevolgen zijn groot. Als de standaarden niet betrouwbaar zijn, ondermijnt dat het vertrouwen in klimaatrapportages wereldwijd. Overheden die de standaarden overnemen in wetgeving, zoals de EU met haar Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), lopen het risico dat bedrijven hun uitstoot kunstmatig laag rapporteren. Dit zou de strijd tegen klimaatverandering ernstig kunnen vertragen.

Experts pleiten voor een radicale hervorming van de Greenhouse Gas Protocol. Zij eisen volledige transparantie, onafhankelijke controle en een einde aan de invloed van de industrie op de standaardisatie. Zonder deze veranderingen dreigt de organisatie haar geloofwaardigheid volledig te verliezen.