Hersenstimulatie biedt hoop voor PTSS-patiënten
Een recente studie toont aan dat een specifieke, niet-invasieve vorm van hersenstimulatie de angstreacties in de hersenen kan verminderen en symptomen van posttraumatische stressstoornis (PTSS) aanzienlijk kan verbeteren. De positieve effecten blijven zelfs maanden na de behandeling behouden.
Transcraniële magnetische stimulatie (TMS) is een door de Amerikaanse FDA goedgekeurde behandeling voor onder meer depressie, maar nog niet voor PTSS. Deze methode maakt gebruik van magnetische pulsen om de activiteit in specifieke hersengebieden te beïnvloeden. Bij PTSS is vaak sprake van verhoogde activiteit in de amygdala, het hersengebied dat verantwoordelijk is voor de verwerking van angst.
Gerichte aanpak met MRI-scan
Onderzoekers van de afdeling Psychiatrie en Gedragswetenschappen van Emory University onderzochten of twee weken lage-frequentie TMS de reactiviteit van de amygdala op dreiging kon verminderen en PTSS-symptomen kon verbeteren. Met behulp van MRI-scans werd precies bepaald waar op het hoofd de stimulatie moest worden toegepast, waardoor de behandeling gepersonaliseerd kon worden voor elke deelnemer.
In de studie namen 50 volwassenen met PTSS-symptomen deel, waarvan er 47 de behandeling voltooiden. De meeste deelnemers werden geworven via het Grady Trauma Project, een grootschalig klinisch onderzoeksprogramma naar trauma bij burgers, gevestigd in het Grady Health System en de Emory University School of Medicine.
De deelnemers werden willekeurig ingedeeld in twee groepen: één groep kreeg actieve TMS, de andere een placebo-behandeling. Noch de deelnemers, noch de onderzoekers wisten wie welke behandeling kreeg. Voor en na de behandeling werden MRI-scans gemaakt om de reacties van de amygdala op dreiging te meten.
Meetbare verbeteringen na slechts twee weken
De resultaten waren opvallend: actieve TMS verminderde de reactiviteit van de rechteramygdala op dreiging. Deelnemers die de actieve behandeling kregen, lieten significante verbeteringen zien in hun PTSS-symptomen. Deze verbeteringen waren al na twee weken zichtbaar en hielden minstens zes maanden aan, de volledige onderzoeksperiode.
Zevenenzeventig procent van de deelnemers in de actieve TMS-groep ervoer een klinisch betekenisvolle vermindering van hun symptomen. Sanne van Rooij, hoofdonderzoeker en universitair hoofddocent Psychiatrie en Gedragswetenschappen aan Emory University, licht toe: "Deze studie toont aan dat we de hersencircuits die betrokken zijn bij PTSS direct kunnen aansturen en meetbare veranderingen kunnen bewerkstelligen in zowel hersenfunctie als symptomen. Door MRI te gebruiken om de stimulatie te sturen, bewegen we ons richting preciezere, gepersonaliseerde behandelingen die de biologie van de stoornis aanpakken."
Voordelen ten opzichte van traditionele therapie
In tegenstelling tot traditionele praattherapie hoeft bij TMS geen gebruik te worden gemaakt van het herbeleven van traumatische ervaringen. Dit kan voor sommige patiënten een drempel verlagen om behandeling te zoeken. Deelnemers meldden veranderingen in hoe ze emotioneel met hun trauma omgingen, waaronder betere beheersing van nachtmerries. Sommigen beschreven de behandeling als "levensveranderend" en zeiden dat het hen hun leven "teruggaf".
Volgens de onderzoekers is dit de eerste studie die MRI-scans gebruikt om TMS voor PTSS te individualiseren. Door een specifieke verandering in de amygdala aan te tonen – een gebied dat bij PTSS anders functioneert – dragen de bevindingen bij aan een beter begrip van de neurobiologie van herstel. Daarnaast bieden ze een nieuwe richting voor de behandeling van PTSS, zowel lokaal als internationaal.
De resultaten zijn gepubliceerd in The American Journal of Psychiatry. Andere betrokkenen bij de studie zijn verbonden aan Harvard Medical School, Wayne State University, Dartmouth College en het National Center for PTSD. Het onderzoek werd gefinancierd door het National Institutes of Health en de Brain and Behavior Research Foundation.
"Deze studie toont aan dat we de hersencircuits die betrokken zijn bij PTSS direct kunnen aansturen en meetbare veranderingen kunnen bewerkstelligen in zowel hersenfunctie als symptomen."
Sanne van Rooij, hoofdonderzoeker