Op 7 mei 1873 overleed Salmon P. Chase, de opperrechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Zijn overlijden markeerde het einde van een invloedrijke carrière in de Amerikaanse rechtspraak, die hij sinds 1864 had bekleed.

Chase was niet alleen een vooraanstaand jurist, maar ook een politicus die een cruciale rol speelde in de Amerikaanse Burgeroorlog en de nasleep daarvan. Als minister van Financiën onder president Abraham Lincoln hielp hij bij de financiering van de oorlog en de introductie van de eerste Amerikaanse bankbiljetten.

Een maand voor zijn overlijden, op 8 april 1873, had Chase een afwijkend vonnis geveld in de zaak Slaughter-House Cases. Deze zaak betrof een conflict over de rechten van slagers in Louisiana en de interpretatie van het 14e amendement van de Amerikaanse grondwet. Chase was van mening dat de zaak een te beperkte uitleg van het amendement inhield en dat de federale overheid een grotere rol moest spelen in de bescherming van burgerrechten.

Daarnaast was Chase de enige dissenter in de zaak Bradwell v. Illinois, die in 1873 werd behandeld. In deze zaak ging het om Myra Bradwell, een vrouw die als advocate wilde werken maar werd geweigerd omdat ze een vrouw was. Het Hooggerechtshof oordeelde dat de staat Illinois het recht had om de toegang tot het beroep van advocaat te beperken op grond van geslacht. Chase was het hier niet mee eens en betoogde dat dergelijke beperkingen in strijd waren met de grondrechten.

Zijn afwijkende vonnissen en zijn inzet voor burgerrechten maakten van Chase een van de meest opvallende figuren in de Amerikaanse rechtspraak van de 19e eeuw. Zijn nalatenschap blijft tot op de dag van vandaag een onderwerp van discussie onder juristen en historici.

Bron: Reason