Shell heeft in het eerste kwartaal van 2025 een winst van bijna 7 miljard dollar gerealiseerd. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van de 3,3 miljard dollar die het bedrijf in het vierde kwartaal van 2024 verdiende. De cijfers roepen gemengde reacties op, vooral nu consumenten geconfronteerd worden met torenhoge brandstofprijzen.

De gemiddelde prijs van een gallon benzine in de VS is gestegen naar 4,558 dollar, terwijl diesel slechts 14,2 cent onder zijn historische record van 5,816 dollar zit. Ter vergelijking: een jaar geleden bedroeg de benzineprijs nog 3,154 dollar per gallon. Deze stijging treft vooral automobilisten hard.

Shell-CEO Wael Sawan wijst op de ongekende verstoringen in de mondiale energiemarkt, die mede veroorzaakt worden door de oorlog in Iran. Shell produceert ongeveer 20% van zijn olie en gas in het Midden-Oosten, waar de conflicten de activiteiten in bepaalde regio’s bemoeilijken. Desondanks blijven de olieprijsstijgingen Shell ten goede komen.

Winstcijfers en aandeelhoudersbeloningen

Shell rapporteerde een gecorrigeerde winst van 6,9 miljard dollar voor het eerste kwartaal. Dit is een forse stijging ten opzichte van de 3,3 miljard dollar in het voorgaande kwartaal. De winststijging leidt tot een aandeelhoudersuitkering van 0,3906 dollar per aandeel, een verhoging van 5% ten opzichte van eerder. Daarnaast kondigde het bedrijf een aandeelinkoopprogramma van 3 miljard dollar aan om de waarde voor investeerders te verhogen.

Toch reageerde de beurs minder enthousiast: het aandeel Shell daalde vandaag met 3,39%. Dit suggereert dat beleggers mogelijk twijfels hebben over de duurzaamheid van deze winststijging, gegeven de onzekerheden rond de oorlog en de energiemarkt.

Kritiek van milieuorganisaties en consumenten

De recordwinst van Shell en andere oliereuzen leidt tot felle kritiek, vooral van milieuactivisten en consumenten. Greenpeace UK projecteerde kritische boodschappen op het hoofdkantoor van Shell in Londen, met teksten als: "Shells winst is verdubbeld sinds Trump zijn illegale oorlog met Iran begon. Ze verdienen miljarden terwijl duizenden sterven, een hele regio instabiel wordt en onze energierekeningen exploderen."

De organisatie noemt Shell en andere oliemaatschappijen openlijk oorlogsprofiteurs en roept op tot een belasting op hun winsten. Dit geld zou moeten worden gebruikt om huishoudens te ondersteunen die worstelen met de stijgende kosten van levensonderhoud en de gevolgen van klimaatverandering.

Hoewel de oorlog in Iran pas op 28 februari begon – relatief laat in het eerste kwartaal – stegen de olieprijzen snel en blijven ze hoog. Dit toont aan hoe gevoelig de energiemarkt is voor geopolitieke spanningen.

Shell zelf benadrukt dat de winststijging niet alleen te danken is aan de oorlog, maar ook aan efficiënter beheer en een sterke vraag naar energie wereldwijd. Toch blijft de vraag of deze winsten op lange termijn houdbaar zijn, gezien de toenemende druk om over te schakelen op duurzame energiebronnen.