De provincie Ontario heeft snelheidscamera’s in Brampton verboden, kort nadat de stad een nieuw verwerkingscentrum van 75 miljoen dollar had geopend. Interne documenten tonen aan dat de stad mogelijk miljoenen meer heeft betaald dan de eigen taxatie. Toch blijft de stad volhouden dat het gebouw nog steeds andere gemeentelijke functies kan vervullen.

Een dure investering zonder doel

Enkele jaren geleden investeerde Brampton ruim 75 miljoen Canadese dollar (ca. 55 miljoen Amerikaanse dollar) in een faciliteit om snelheidscamera’s te beheren en boetes te verwerken. Het gebouw was bedoeld voor een enorme uitbreiding van het automatische snelheidscontroleprogramma van de stad, van 50 naar 185 camera’s, vooral in schoolzones. Het doel was om automobilisten te vertragen en de stroom aan boetes intern af te handelen.

Volgens Insauga werkte het: de gemiddelde snelheid daalde met meer dan 9 km/u, en in sommige gebieden zelfs met meer dan 25 km/u. Critici, waaronder premier Doug Ford, stelden echter dat het systeem vooral om inkomsten ging in plaats van veiligheid. De provincie besloot uiteindelijk om de camera’s te verbieden, precies toen Brampton’s nieuwe verwerkingscentrum operationeel werd.

Controversiële kosten en alternatieven

De stad betaalde 77,9 miljoen Canadese dollar (57 miljoen Amerikaanse dollar) voor het pand, aanzienlijk meer dan de interne taxatie en veel hoger dan de 32,5 miljoen Canadese dollar (24 miljoen Amerikaanse dollar) waarvoor het pand drie jaar eerder nog werd verkocht. Nu de camera’s zijn weggevallen, richt Brampton zich op alternatieven zoals verkeersdrempels, nieuwe borden en andere kostbare maatregelen.

Eerder onderzoek toonde al aan dat snelheidslimieten op borden minder effectief zijn dan een slim ontwerp van de weg zelf. Wie weet leveren de nieuwe plannen van de stad betere resultaten op dan verwacht. Wat betreft het dure gebouw: ook daarvoor heeft de stad een oplossing.

Politicus: kosten kunnen worden gedekt door camera-inkomsten

Hardep Grewal, parlementslid voor Brampton South, reageerde fel op de zorgen over de kosten van het gebouw. Hij stelde dat het nu een vastgoedproject is en zei tegen de Brampton Guardian: ‘Deze kosten kunnen worden gedekt door erop te staan dat de operators van de snelheidscamera’s dit doen, of door gebruik te maken van de tientallen miljoenen die de stad de afgelopen jaren heeft verdiend met de snelheidscamera-programma’s.’

Poging tot herbestemming

De stad beweert dat het gebouw nog steeds kan dienen voor andere gemeentelijke functies, zoals IT-diensten, recreatie en vlootopslag. Toch blijft de situatie onoverzichtelijk. Experts hopen dat andere steden en staten in Noord-Amerika lering kunnen trekken uit deze mislukte investering.