John McPhee, de legendarische Amerikaanse schrijver, heeft in zijn meer dan zestigjarige carrière geschreven over uiteenlopende onderwerpen: van sinaasappels en diepe geologische tijd tot de Zwitserse legermes en Wimbledon. Toch blijft één thema hem keer op keer boeien: de Amerikaanse wildernis en haar lot.

Vier van zijn meest geliefde boeken over dit onderwerp zijn onlangs gebundeld in een nieuwe uitgave van The Library of America, getiteld John McPhee: Encounters in Wild America. Het gaat om De Pine Barrens (1968), Encounters With the Archdruid (1971), The Survival of the Bark Canoe (1975) en Coming Into the Country (1977), dat door velen wordt beschouwd als zijn meesterwerk.

McPhee heeft zich altijd verzet tegen het label ‘milieuschrijver’. Zo zei hij ooit tegen The Paris Review:

‘Ik ben een schrijver die schrijft over echte mensen in echte plekken. Einde verhaal.’

Toch toont deze nieuwe bundel aan dat zijn werk een cruciale bijdrage levert aan de milieuliteratuur sinds de opkomst van de moderne milieubeweging in de jaren zestig. Zijn toon is vaak weemoedig: iets kostbaars gaat verloren, en dat proces is nog steeds gaande. Zijn boeken over de Amerikaanse wildernis zijn doordrenkt van die melancholie.

In De Pine Barrens schrijft McPhee over een ongerept bosgebied vlakbij grote steden aan de oostkust. Hij wilde het zien voordat het verdween. Een geplande supersonische luchthaven kwam er nooit, maar in Alaska was het lot van de wildernis al bezegeld. Zijn boek Coming Into the Country uit 1977 beschrijft de laatste momenten van een gebied dat op het punt stond voorgoed te veranderen door de aanleg van de Trans-Alaska Pipeline. De pijpleiding werd op 20 juni 1977 in gebruik genomen – dezelfde dag dat het boek verscheen.

McPhee toont met scherpe blik hoe de Amerikaanse wildernis een strijdtoneel is. Zijn werk is een waarschuwing en een pleidooi voor het behoud van wat nog rest.