De Amerikaanse luchtmachtbasis Joint Base Andrews, waar Air Force One wordt onderhouden en opgeslagen, heeft de afgelopen maanden ruim 32.000 liter vliegtuigbrandstof gelekt in de Potomacrivier. De lekkage vond plaats via Piscataway Creek, een zijrivier van de Potomac. Volgens een onderzoek van NOTUS ging het om twee afzonderlijke lekkages die maandenlang onopgemerkt bleven.
Lekkage al in december voorspelbaar
De basis faalde al in december voor een kritische veiligheidstest van het brandstofsysteem. In de eerste twee maanden van het jaar lekte naar schatting 10.000 liter brandstof, maar militaire functionarissen gingen ervan uit dat de lekkage beperkt bleef tot het terrein van de basis. Pas op 23 maart meldde een waarnemer olievlekken in Piscataway Creek, wat leidde tot een noodoproep aan de staat Maryland.
Militaire autoriteiten hielden omvang geheim
Volgens NOTUS gaven militaire autoriteiten bij de eerste melding geen volledige informatie over de omvang van de lekkage. Pas twee weken later werd de volledige impact gedeeld met de staat, wat leidde tot verontwaardiging bij milieuregulatoren.
«Er ontbreken nog veel gegevens in deze zaak. Daarom zijn er regels voor directe melding. Mensen horen dat onmiddellijk te doen.»
Adam Ortiz, adjunct-secretaris van het Maryland Department of the Environment
Catastrofale gevolgen voor milieu
De exacte hoeveelheid brandstof die uiteindelijk in de Potomac terechtkwam, is nog onbekend. Wel waarschuwen milieuregulatoren voor de catastrofale gevolgen voor het ecosysteem. Een rapport van 15 april, in handen van NOTUS, concludeert dat de inspanningen om de lekkage te controleren en op te ruimen minimaal en ontoereikend waren. «Deadlines zijn al overschreden», aldus de inspecteurs.
Vraagtekens bij transparantie
De omvang van de cover-up roept vragen op over de betrouwbaarheid van militaire rapportages. «Als de DoD al maandenlang liegt over twee lekkages, wat is er dan nog meer niet gemeld?», aldus een woordvoerder van het Maryland Department of the Environment.