De Britse auto-industrie herhaalt al jaren hetzelfde verhaal: de vraag naar elektrische voertuigen (EV’s) is onvoldoende om te voldoen aan de wettelijke Zero Emission Vehicle (ZEV)-doelstellingen van de overheid. Dit argument wordt telkens weer naar voren gebracht na de publicatie van maandelijkse verkoopcijfers door de Society of Motor Manufacturers and Traders (SMMT). De boodschap wordt breed uitgemeten in de media, die keer op keer berichten dat autofabrikanten hun ZEV-doelstellingen niet halen. Ondertussen lobbyt de sector voor een ‘dringende herziening’ van de regels, omdat de ‘natuurlijke vraag’ nog steeds onder de gestelde normen zou liggen.

De ZEV-mandaat: hoe het werkt

In 2021 introduceerde de toenmalige Britse regering het ZEV-mandaat, geïnspireerd op een soortgelijk systeem in Californië. Dit systeem verplicht autofabrikanten om elk jaar een steeds groter deel van hun nieuwe autoverkopen uit te maken met zero-emissievoertuigen. Voor personenauto’s gold in 2024 een verplichte marktaandeel van 22%, oplopend naar 80% in 2030. Fabrikanten die niet aan de norm voldoen, kunnen boetes verwachten – tenzij ze ‘credits’ verhandelen met andere bedrijven of ‘lenen’ van toekomstige quota.

2024: een verrassende overschrijding

In november 2024 waarschuwde de SMMT nog dat de sector waarschijnlijk zou tekortschieten met een EV-marktaandeel van slechts 18,7%. De organisatie voorspelde zelfs een boete van £1,8 miljard als de doelstelling niet werd gehaald. Toch bleken de officiële cijfers, gepubliceerd begin 2026, heel anders: de sector voldeed ruimschoots aan de norm. Met een eindtotaal van 19,8% EV’s in 2024 – ruim boven de voorspelling van de SMMT – bleven alle autofabrikanten buiten schot voor boetes.

Hoe kon dit?

De verklaring ligt in de flexibiliteit van het ZEV-mandaat. Deze flexibiliteit is in de loop der jaren uitgebreid, mede dankzij lobbywerk van de auto-industrie. Fabrikanten kunnen hun ZEV-doelstellingen verlagen door auto’s met lagere emissies te verkopen, zoals hybrides of plug-in hybrides. Wanneer deze flexibiliteit wordt meegenomen, blijkt dat de sector in 2024 voldeed aan een equivalent van 24,5% – ruim boven de wettelijke norm. Het overschot van 2,5% mag worden ‘gespaard’ voor toekomstige jaren.

«De flexibiliteit in het ZEV-mandaat zorgt ervoor dat de sector in de praktijk beter presteert dan de simpele EV-verkoopcijfers doen vermoeden.» – Analyse van officiële cijfers

Waarom vraagt de industrie om versoepeling?

Ondanks het feit dat de sector de doelstellingen ruimschoots haalt, blijft de industrie pleiten voor een ‘dringende herziening’ van de ZEV-normen. De argumentatie is dat de ‘natuurlijke vraag’ naar EV’s nog steeds te laag is om de wettelijke doelstellingen te halen. Critici wijzen er echter op dat de sector zelf verantwoordelijk is voor het creëren van deze flexibiliteit, die het mogelijk maakt om aan de normen te voldoen zonder daadwerkelijk meer EV’s te verkopen.

De toekomst van het ZEV-mandaat

De komende jaren zullen de wettelijke eisen voor EV’s verder stijgen. Voor 2025 geldt een verplicht marktaandeel van 28%, oplopend naar 80% in 2030. Of de sector opnieuw zal voldoen aan deze normen, hangt af van hoe de flexibiliteit wordt toegepast. De industrie heeft al aangegeven dat verdere versoepeling nodig is om de overgang naar volledig elektrische voertuigen haalbaar te houden.

Critici waarschuwen echter dat een te grote afhankelijkheid van flexibiliteit de doeltreffendheid van het ZEV-mandaat ondermijnt. Zij pleiten voor een striktere handhaving om de transitie naar zero-emissiemobiliteit te versnellen.