Gewelddadige protesten tegen AI-technologie
Op 10 april gooide een 20-jarige man, Daniel Moreno-Gama, een Molotovcocktail naar het huis van OpenAI-CEO Sam Altman. De verdachte werd dezelfde dag gearresteerd. In een online manifesto waarschuwde hij voor de existentiële dreiging van kunstmatige intelligentie en riep hij op tot het doden van CEO’s van AI-bedrijven. Op Instagram noemde hij zichzelf een ‘butlerian jihadist’ – een verwijzing naar de strijd tegen machines uit Frank Herbert’s sciencefictionklassieker Dune.
Drie dagen eerder vuurde een onbekende 13 schoten af op het huis van de Democratische raadslid Ron Gibson in Indianapolis. Zijn achtjarige zoon was thuis, maar niemand raakte gewond. Op de deurpost lag een briefje met de tekst: ‘Geen datacenters’. Gibson had eerder steun betuigd aan een gepland datacenterproject in zijn wijk. Er zijn nog geen arrestaties verricht in deze zaak.
Beide incidenten illustreren de extreme, politiek gemotiveerde afkeer tegen AI. Toch lijkt een deel van het publiek, vooral op sociale media, deze gewelddadige acties te omarmen. Die houding werd verder versterkt op 13 april, toen Stanford University zijn jaarlijkse Artificial Intelligence Index publiceerde. Dit rapport toont jaarlijks de stand van zaken in de AI-sector.
Kloof tussen experts en publiek groeit
Het rapport onthult een opvallende discrepantie tussen de voorspellingen van AI-experts en de publieke opinie. Terwijl 73% van de experts positief is over de langetermijneffecten van AI op banen, deelt slechts 23% van het publiek deze mening. Op economisch vlak is het verschil vergelijkbaar: 69% van de experts is optimistisch, tegenover 21% van de bevolking. Bijna twee derde van de Amerikanen verwacht dat AI de komende 20 jaar zal leiden tot banenverlies.
Een peiling van Gallup uit maart 2026 bevestigt deze trend. Onder Generatie Z daalde het percentage dat enthousiast is over AI van 36% naar 22%, terwijl het aandeel dat boos is op de technologie steeg van 22% naar 31%. Deze cijfers en incidenten wijzen op een groeiende volksbeweging die AI niet langer als een neutrale technologie ziet, maar als een eliteproject dat door miljardairs wordt opgelegd aan een onwillige bevolking.
‘AI wordt niet langer gezien als een technologie, maar als een politiek project dat moet worden bestreden.’ — Techjournalist Jasmine Sun
Tone deaf messaging verergert de weerstand
Hoewel geweld nooit een oplossing is, kan de AI-industrie haar aandeel in deze polarisatie niet negeren. Techleiders als Sam Altman (OpenAI) en Dario Amodei (Anthropic) schommelen al jaren tussen twee uitersten in hun communicatie: ofwel waarschuwen ze voor een AI-apocalyps met biologische superwapens, ofwel schetsen ze een toekomst waarin AI alle banen overneemt en mensen gedwongen worden in de gig-economie te werken.
Deze boodschappen zijn effectief in het aantrekken van investeerders en media-aandacht, maar ze raken de dagelijkse zorgen van gewone Amerikanen niet. Terwijl de industrie zich richt op futuristische scenario’s, blijft de publieke perceptie hangen in onzekerheid en wantrouwen. Experts benadrukken dat AI enorme kansen biedt, maar zonder een duidelijke, empathische communicatie dreigt de technologie te worden gezien als een bedreiging in plaats van een hulpmiddel.
Wat nu?
De AI-sector staat voor een uitdaging: hoe kan het vertrouwen herwonnen worden? Experts pleiten voor meer transparantie, betere voorlichting en een focus op concrete toepassingen die het leven van mensen verbeteren. Tot die tijd blijft de kloof tussen de technologische vooruitgang en de publieke opinie groeien – met alle gevolgen van dien.