Een groeiend aantal Europese autofabrikanten met een sterke industriële aanwezigheid op het continent overweegt fabrieken te verkopen aan Chinese bedrijven. Dit biedt Chinese merken een directe entree tot de Europese markt, maar brengt ook aanzienlijke risico’s met zich mee voor lokale industrie, toeleveranciers en banen.

Stellantis neemt eerste stappen

Stellantis, de moedermaatschappij van merken als Opel, Fiat en Peugeot, lijkt hierin een voortrekkersrol te vervullen. Het concern heeft bevestigd dat verschillende modellen van het Chinese merk Leapmotor in de toekomst geproduceerd zullen worden in de fabriek van Opel in Villaverde, Madrid. Bovendien zal Stellantis de eigendom van deze fabriek overdragen aan de Spaanse dochteronderneming van de Leapmotor-joint venture.

Maar de samenwerking gaat verder. Volgens Bloomberg overweegt Stellantis ook fabrieken in Frankrijk, Duitsland en Italië te verkopen aan het Chinese Dongfeng, een langdurige partner van het concern.

Meer Europese merken volgen

Stellantis is niet de enige die deze stap overweegt. In 2023 kocht Chery, een Chinees automerk, een voormalige Nissan-fabriek in Barcelona. De fabriek heeft een jaarlijkse productiecapaciteit van 200.000 voertuigen. Daarnaast zou Nissan overwegen om zijn fabriek in Sunderland, Verenigd Koninkrijk, te verkopen aan Chery of Dongfeng.

Ford heeft recentelijk aangekondigd een assemblagelijn in zijn fabriek in Valencia, Spanje, te verkopen aan Geely. Op deze locatie zal een nieuw model worden geproduceerd volgens de Global Intelligent New Energy Architecture van Geely, met hybride, plug-in hybride en volledig elektrische aandrijflijnen.

Volkswagen zoekt ook samenwerking

Ook Volkswagen overweegt nauwer samen te werken met Chinese partners binnen zijn Europese activiteiten. Dit kan betekenen dat nieuwe modellen uit China worden geïmporteerd of geproduceerd in Europa. Hoewel samenwerking met Chinese bedrijven een alternatief kan zijn voor het sluiten van fabrieken, brengt het ook uitdagingen met zich mee.

«Voor fabrikanten, toeleveranciers, werknemers en lokale overheden is het verleidelijk om te verkopen aan een Chinese speler in plaats van te verdwijnen. Maar dit betekent dat we een formidabele concurrent recht in het hart van Europa een enorme voorsprong geven, wat de penetratie van onze markten aanzienlijk versnelt.»

Bernard Jullien, autodeskundige

Risico’s voor de Europese auto-industrie

De verkoop van fabrieken aan Chinese bedrijven kan op korte termijn banen en productiecapaciteit behouden, maar op lange termijn dreigen Europese merken hun concurrentiepositie te verliezen. Chinese merken krijgen hierdoor directe toegang tot Europese technologie, productienetwerken en marktkennis, wat hun groei en innovatievermogen verder versterkt.

Deze ontwikkeling roept vragen op over de toekomst van de Europese auto-industrie en de afhankelijkheid van Chinese partners. Terwijl sommige fabrikanten de verkoop als noodzakelijk zien om te overleven, waarschuwen critici voor de langetermijngevolgen voor werkgelegenheid en technologische soevereiniteit.