Elke voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden schrijft zijn eigen geschiedenis – een verhaal van successen en mislukkingen. Nancy Pelosi staat bekend om haar onwrikbare leiding over de Democratische meerderheid, waarbij ze interne oppositie neersloeg en cruciale wetgeving zoals de Affordable Care Act mogelijk maakte. Paul Ryan en John Boehner bereikten eveneens belangrijke wetgevende resultaten, waarna ze hun politieke loopbaan afsloten met lucratieve functies buiten de politiek. Kevin McCarthy had minder geluk: zijn voorzitterschap eindigde in een opstand binnen de eigen partij, waardoor hij werd gedwongen af te treden.

Mike Johnson, de huidige voorzitter, volgt een heel ander pad. Zijn grootste project is niet het versterken van de macht van het Huis, maar juist het overdragen van besluitvorming aan het Witte Huis. Dit heeft geleid tot een sprekerschap dat vooral wordt gekenmerkt door machteloosheid en een gebrek aan invloed.

Bipartisane samenwerking als noodzaak

In recente maanden is er een opvallende samenwerking ontstaan tussen gefrustreerde leden van zowel de Republikeinse als Democratische partij. Om de impasse te doorbreken, hebben ze een zeldzaam middel ingezet: de discharge petition. Deze procedure stelt een meerderheid van het Huis in staat om een wetsvoorstel buiten de normale procedure om naar een stemming te brengen, zelfs als de voorzitter tegen is.

De meest recente toepassing van deze methode richt zich op een gevoelig onderwerp binnen de MAGA-beweging: steun aan Oekraïne. Een groep Republikeinse en Democratische afgevaardigden heeft een wetsvoorstel ingediend dat de Amerikaanse hulp aan Oekraïne wil versterken, ondanks de tegenstand van de Trump-regering. Dit toont aan dat Johnson’s beleid van machtsoverdracht niet alleen zijn eigen positie verzwakt, maar ook de traditionele machtsverhoudingen binnen het Congres ondermijnt.

Een sprekerschap zonder erfenis

In tegenstelling tot zijn voorgangers heeft Johnson weinig blijvende wetgeving of politieke successen kunnen claimen. Zijn voorzitterschap wordt vooral herinnerd als een periode waarin het Huis van Afgevaardigden zijn autonomie verloor en de macht steeds meer naar het Witte Huis verschoof. Dit heeft niet alleen geleid tot frustratie binnen de eigen partij, maar ook tot een groeiend gevoel van onzekerheid over de toekomst van de Amerikaanse democratie.

"Johnson’s voorzitterschap is een zeldzaam voorbeeld van een sprekerschap dat niet wordt gedefinieerd door wat het bereikt, maar door wat het heeft nagelaten."

De gevolgen voor de Amerikaanse politiek

De afhankelijkheid van het Witte Huis heeft niet alleen gevolgen voor de interne dynamiek van het Congres, maar ook voor de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. De besluiteloosheid rond steun aan Oekraïne is slechts één voorbeeld van hoe Johnson’s beleid de Verenigde Staten in een zwakkere positie brengt op het wereldtoneel. Terwijl andere voorzitters probeerden om de Amerikaanse invloed te vergroten, heeft Johnson juist gekozen voor een strategie van passiviteit.

De vraag is nu of deze trend zich zal voortzetten of dat er binnen het Huis van Afgevaardigden een beweging op gang komt om de macht terug te winnen. Voorlopig lijkt Johnson’s voorzitterschap vooral een les in wat er mis kan gaan wanneer een instelling haar eigen autoriteit opgeeft.