Een 28-jarige man uit Tennessee, die online bekendstaat als ‘Chud the Builder’, is deze week beschuldigd van poging tot moord na een schietincident in Clarksville. Zijn echte naam is Dalton Eatherly. De zaak werpt opnieuw vragen op over de manier waarop haatzaaierij en provocatie op internet kunnen uitgroeien tot een lucratief businessmodel, zelfs wanneer dat leidt tot geweld.

Van bouwvakker tot online provocateur

Eatherly combineert zijn beroep als bouwvakker met een online persona die is geïnspireerd op het kinderprogramma Bob the Builder. Zijn alias ‘Chud the Builder’ is een samentrekking van het scheldwoord ‘chud’ – een belediging voor laagopgeleide rechtse aanhangers – en zijn beroep. Zijn livestreams staan bekend om racistische uitlatingen, zoals het gebruik van het n-woord en de belediging ‘chimping out’, een racistische vergelijking tussen zwarte mensen en apen.

Wanneer zijn slachtoffers boos reageren, daagt hij hen uit tot fysiek geweld. Volgens de politie leidde dat op woensdag tot een confrontatie waarbij Eatherly een persoon neerschoot. Ook schoot hij zichzelf in de schouder, maar overleefde de aanslag met lichte verwondingen. De Montgomery County District Attorney heeft hem beschuldigd van poging tot moord.

Een businessmodel van haat en provocatie

Eatherly’s opkomst is niet toevallig. Zijn livestreams worden door zogenaamde ‘clipping accounts’ op sociale media bewerkt tot korte, virale fragmenten die zijn meest controversiële momenten benadrukken. Deze fragmenten worden vervolgens gedeeld op platforms zoals InfoWars en in shows van Gavin McInnes, oprichter van de Proud Boys. Zijn boodschap? Dat hij ‘vrijheid van meningsuiting’ verdedigt door het n-woord te ‘heroveren’ voor witte mensen.

Zijn provocaties leiden vaak tot felle reacties, vooral van zwarte contentmakers. Sommigen van hen hebben zelfs opgeroepen tot gewelddadige confrontaties. Zo zei hiphop-podcaster DJ Akademiks onlangs dat iemand Eatherly zou moeten ‘uitschakelen’, verwijzend naar de moord op de Iraanse leider Ali Khamenei. Deze ‘boemerangeffect’ – waarbij Eatherly’s provocaties leiden tot nog extremere reacties die vervolgens weer aandacht genereren – is een bekend fenomeen op het moderne internet.

Financiële winst uit haat

Deze strategie blijkt lucratief. In Clarksville, waar Eatherly woont, is hij inmiddels een beruchte figuur. Daarnaast heeft hij via crowdfunding 65.000 dollar opgehaald en verkoopt hij een eigen memecoin, simpelweg getiteld ‘$CHUD’.

Zijn weg naar online roem begon in 2024 of begin 2025, toen hij betrokken raakte bij een verkeersconflict met een zwarte vrouw. Sindsdien heeft hij zijn online activiteiten steeds verder opgeschroefd, met als doel maximale aandacht – en winst – te genereren.

De prijs van online provocatie

Streamer Asmongold reageerde op de schietpartij met de opmerking dat iedereen ‘zag aankomen’ dat dit zou gebeuren. Hij noemde het een ‘enorme imagoschade’ voor de online gemeenschap. Toch blijft de vraag: hoe kan een dergelijke figuur uitgroeien tot een serieuze online ster, zelfs wanneer zijn acties leiden tot geweld?

Experts wijzen op het economie van online content: hoe extremer de provocatie, hoe meer kijkers, likes en financiële steun. Platforms belonen vaak de meest opvallende content, zelfs als die schadelijk is. Dit systeem maakt het voor figuren als Eatherly mogelijk om te gedijen, ongeacht de gevolgen.

‘Het moderne internet beloont niet de verstandige stemmen, maar de meest extreme. Zolang dat zo blijft, zullen provocateurs zoals Chud the Builder blijven bestaan.’ – Asmongold

Wat betekent dit voor de online cultuur?

De zaak van Eatherly toont aan hoe haatzaaierij en geweld kunnen uitgroeien tot een businessmodel. Het roept vragen op over de verantwoordelijkheid van sociale media-platforms, de ethiek van contentcreatie en de grenzen van vrijheid van meningsuiting.

Voor critici is het duidelijk: het huidige systeem beloont niet de verstandige en constructieve stemmen, maar degenen die de meeste aandacht genereren – hoe schadelijk ook. Totdat dat verandert, zullen figuren zoals Eatherly blijven gedijen in de schaduw van de online wereld.