De Straat van Hormuz, een cruciale scheepvaartroute voor wereldwijde olie- en gastransporten, blijft afgesloten. De Amerikaanse president Donald Trump heeft dinsdag duidelijk gemaakt dat de VS de blokkade pas zullen opheffen wanneer Iran zich overgeeft. Hoe langer de straat afgesloten blijft, hoe groter de economische en humanitaire schade wordt.
De situatie dreigt uit te monden in een energiecrisis van historische proporties. Vorige week waarschuwde Fatih Birol, directeur van het Internationaal Energieagentschap (IEA), voor de grootste bedreiging voor de mondiale energiezekerheid ooit. Stijgende prijzen voor kerosine en tekorten aan brandstof bedreigen niet alleen de commerciële luchtvaart in Europa, maar ook de bestrijding van bosbranden in het westen van de Verenigde Staten.
Een mogelijke super-El Niño zou hittegolven in Azië kunnen veroorzaken, wat de vraag naar airconditioning en fossiele brandstoffen verder opdrijft. Extreme weersomstandigheden, zoals droogte of overstromingen, kunnen bovendien waterkrachtcentrales lamleggen, waardoor regio’s die afhankelijk zijn van hydro-elektriciteit gedwongen worden om meer olie en gas in te kopen – tegen steeds hogere prijzen.
De combinatie van energietekorten en schaarste aan gasgedreven kunstmest, die normaal via de Straat van Hormuz wordt vervoerd, dreigt bovendien een wereldwijde voedselcrisis te verergeren. Hoewel de Trump-regering weinig lijkt te geven om de gevolgen van haar oorlogsbeleid elders in de wereld, heeft de blokkade wel directe gevolgen voor iets waar Trump wél om geeft: de benzineprijs in de VS. Die is inmiddels gestegen tot bijna $4,30 per gallon.
Maar de gevolgen van een langdurige oorlog in Iran reiken verder dan boze kiezers aan de pomp. Steeds meer landen twijfelen aan de betrouwbaarheid van olie en gas als basis voor een bloeiende economie. Terwijl de oorlog voortduurt, zoeken landen actief naar alternatieven voor Amerikaanse fossiele brandstoffen.
De Amerikaanse strategie om de export van olie en gas te stimuleren als onderdeel van haar economische visie, loopt hierdoor gevaar. Voorheen zag de VS de afhankelijkheid van andere landen van Amerikaanse fossiele brandstoffen als een vorm van energiezekerheid. Maar met steeds meer aantrekkelijke alternatieven uit andere bronnen – en van minder onvoorspelbare leveranciers – begint dat model steeds minder houdbaar te worden.
Ondertussen kwamen deze week bijna 60 landen bijeen in Santa Marta, Colombia, om te bespreken hoe ze sneller kunnen overschakelen op duurzame energiebronnen. Een van de redenen voor deze bijeenkomst is dat machtige olie- en gasproducenten – waaronder Saoedi-Arabië, Rusland en de Verenigde Staten – klimaatonderhandelingen binnen de VN hebben geblokkeerd.
Volgens Selwin Hart, speciaal adviseur van de VN-secretaris-generaal, maken deze landen het voor andere landen bijna onmogelijk om serieuze stappen te zetten richting een fossielvrije toekomst.