Uit geheime Amerikaanse inlichtingenrapporten blijkt dat de oorlog tegen Iran weinig tot geen impact heeft gehad op het nucleaire programma van het land. Ondanks negen weken strijd en een uitgave van minimaal 25 miljard dollar, blijft de nucleaire capaciteit van Iran grotendeels onveranderd.
De militaire acties hebben echter wel grote gevolgen gehad voor de regio en de wereldwijde economie. Strategische allianties zijn verzwakt, de wereldhandel staat stil en de blokkade van de Straat van Hormuz heeft geleid tot een energieschaarste. Daarnaast zijn er duizenden doden gevallen.
De nucleaire capaciteit van Iran was voor de aanval van Donald Trump op drie kerncentrales – Fordo, Natanz en Isfahan – op 22 juni vorig jaar nog zo groot dat het land binnen drie tot zes maanden een kernbom kon produceren. Na de aanval, intern aangeduid als Operation Midnight Hammer, schatte de Amerikaanse inlichtingendienst dat het nucleaire programma van Iran weer negen tot twaalf maanden nodig zou hebben om dezelfde capaciteit te bereiken. Die inschatting is nog steeds actueel, aldus bronnen van Reuters.
Sinds 28 februari richt het merendeel van de Amerikaanse en Israëlische aanvallen zich op conventionele militaire doelen in Iran. De stagnatie in het nucleaire programma suggereert dat deze strategie niet effectief is om de nucleaire capaciteit van Iran te verminderen. Om dat doel te bereiken, zou de resterende voorraad hoogverrijkt uranium (HEU) van Iran moeten worden vernietigd of verwijderd, aldus Reuters.
In 2018, drie jaar na het sluiten van het Iran Nuclear Deal onder leiding van Barack Obama, had Iran nog geen voorraad uranium die gelijkstond aan één kernbom. Na het terugtrekken van de VS uit het akkoord en de invoering van strenge economische sancties, veranderde dit echter snel. Tegen 2025 had Iran een voorraad van 11 ton verrijkt uranium, waarvan de locatie grotendeels onbekend is. Volgens een schatting van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) uit 2025 zou deze voorraad genoeg zijn voor maximaal tien kernwapens als het volledig wordt verrijkt.
Donald Trump heeft herhaaldelijk verklaard dat zijn voornaamste doel was om de nucleaire capaciteit van Iran volledig te elimineren. Toch heeft zijn regering inconsistent gecommuniceerd over de voortgang van deze missie. Direct na Operation Midnight Hammer beweerde Trump en zijn team dat het nucleaire programma van Iran met meerdere jaren was teruggezet. Echter, Joe Kent, voormalig directeur van het National Counterterrorism Center, trad in maart af uit protest. In zijn ontslagbrief schreef hij dat hij de oorlog tegen Iran niet langer kon steunen omdat het land geen directe bedreiging vormde voor de Verenigde Staten.