In 2003 probeerde auteur Lauren Weisberger tijdens haar promotietour voor The Devil Wears Prada vooral één ding duidelijk te maken: het boek was niet gebaseerd op haar tijd bij Vogue. ‘Het verhaal bestaat grotendeels uit verhalen van mijn vrienden,’ vertelde ze tegen Publishers Weekly. ‘Veel van mijn vriendinnen werkten in de modewereld, bij tijdschriften of in PR. En horrorverhalen zijn overal hetzelfde.’
Die horrorverhalen speelden zich af bij Vogue, onder leiding van toenmalig hoofdredacteur Anna Wintour. Haar reputatie als strenge bazin inspireerde het personage Miranda Priestly in het boek. Sindsdien is de verfilming, het toneelstuk en het recent verschenen vervolg een cultureel fenomeen geworden dat alle oorspronkelijke roddels ver overtroffen heeft. Zo publiceerde Vogue de afgelopen weken tientallen artikelen naar aanleiding van de première van The Devil Wears Prada 2.
Deze plotselinge ommezwaai van Vogue staat in schril contrast met de reactie in 2003. Toen hield Wintour de boot af met een zorgvuldig ingestudeerde nonchalance. In een artikel van The New York Times beschreef journalist David Carr hoe Wintour Vogue relevant hield door beroemdheden op de cover te zetten in plaats van modellen. Het artikel eindigde met een anekdote die de houding van Wintour perfect samenvatte:
‘Ze zei dat ze het boek niet had gelezen, maar dat ze het wel zou doen als ze tijd had. Daarna voegde ze eraan toe: ‘Maar ik hoef het niet te lezen om te weten dat het niet waar is.’