Toen ik aan mijn studie begon, was ik al lang tot de conclusie gekomen dat mijn liefde voor auto’s niet door iedereen werd gedeeld. Terwijl sommige vrienden uren konden praten over de meest technische details van een motor of de subtiele verschillen tussen modellen uit de jaren zestig, toonden anderen hooguit een vluchtige interesse in gemotoriseerd transport. Voor sommigen was het zelfs een onderwerp waar ze liever niet over hoorden.

Ik herinner me nog goed een avond in de jaren zeventig, toen een oude schoolvriend tijdens een wandeling door ons stadje uitlegde hoe je in het donker een Ford uit de jaren zestig kon herkennen aan de vorm van de achterlichten. Hij demonstreerde het met een paar andere ‘delinquenten in opleiding’. Ook wees hij op de politieauto’s van dat moment: de Plymouth Fury’s met hun amberkleurige koplampen, die door hun opvallende plaatsing direct herkenbaar waren als politievoertuigen. Praktische kennis, dacht ik nog. Maar nee. Niet iedereen vindt auto’s boeiend.

Hoewel ik mijn passie niet helemaal onderdrukte in gezelschap, leerde ik al snel dat het beter was om mijn enthousiasme te verbergen bij nieuwe kennissen of op een eerste date. Het was alsof ik een geheim bewaarde, net zoals mensen in die tijd misschien hun bewondering voor Richard Nixon, polkamuziek of de gedichten van G.K. Chesterton verborgen hielden.

Toch bleef ik me verbazen: hoe kon het dat zelfs gerenommeerde media als de New York Times – die anders zo scherp waren in het analyseren van economische en sociologische trends – de auto niet zagen als een centraal element in onze moderne wereld? Ze misten de waarde van auto’s als industrieel ontwerp en kunst. Ze negeerden de unieke geschiedenis, de cruciale rol in de wereldeconomie en, wat mij betreft, de emotionele lading die elk merk en model met zich meedraagt – of je het nu doorhebt of niet.

De auto die iemand kiest, zegt namelijk veel over zijn of haar smaak, waarden, overtuigingen en sociale status. Het is als een Rorschach-test: een auto onthult niet alleen de esthetische voorkeur van de eigenaar, maar ook diens politieke opvattingen, zelfbeeld, financiële situatie en zelfs gevoel van eigenwaarde. (En soms ook wat ik vind van die eigenwaarde.)

Auto’s als cultureel statement

Dat is ook de reden waarom de keuze van auto’s in films en series vaak zo zorgvuldig wordt gemaakt. Er komt zoveel bij kijken: de kleur, het merk, het model – elk detail vertelt een verhaal. Een Batmobile uit de jaren zestig zegt iets anders dan een DeLorean uit Back to the Future, en beide weer iets anders dan een Volkswagen Kever uit Herbie. Deze keuzes zijn geen toeval; ze dragen bij aan de karakterontwikkeling van personages en versterken de boodschap van de film.

Auto’s zijn niet zomaar machines. Ze zijn tijdcapsules, kunstwerken en sociale spiegelbeelden tegelijk. Wie dat begrijpt, ziet de wereld door een andere lens – een lens waarin auto’s niet alleen vervoer zijn, maar ook verhalen vertellen.

Bron: Hagerty