Op 2 mei 1927 nam het Amerikaanse Hooggerechtshof een omstreden beslissing in de zaak Buck v. Bell. De uitspraak legaliseerde gedwongen sterilisatie van mensen met een verstandelijke beperking, een praktijk die bekendstond als eugenetica. De zaak werd ingeleid door Carrie Buck, een jonge vrouw die tegen haar wil werd gesteriliseerd onder de Virginia Sterilization Act van 1924.
De meerderheidsuitspraak, geschreven door opperrechter Oliver Wendell Holmes Jr., bevatte de beruchte uitspraak:
"Drie generaties idioten zijn genoeg."Holmes betoogde dat de overheid het recht had om individuen te steriliseren ter bescherming van de samenleving, zelfs tegen hun wil in.
De zaak Buck v. Bell wordt nog steeds beschouwd als een van de meest controversiële uitspraken in de Amerikaanse rechtsgeschiedenis. Hoewel de praktijk van gedwongen sterilisatie in de Verenigde Staten officieel werd stopgezet in de jaren 1970, bleven de gevolgen van deze uitspraak decennialang voelbaar. Schattingen suggereren dat tussen de 60.000 en 70.000 Amerikanen onvrijwillig werden gesteriliseerd onder eugenetische wetten.
Juridische en ethische nasleep
In 2001 bood de staat Virginia officieel excuses aan voor de gedwongen sterilisaties en in 2015 volgde een formele rehabilitatie van Carrie Buck. Haar zaak blijft een symbool van de misbruiken van eugenetica en de noodzaak van sterke juridische bescherming tegen dergelijke praktijken.
De uitspraak in Buck v. Bell is nooit formeel ingetrokken, hoewel het Hooggerechtshof later andere uitspraken heeft gedaan die de rechten van individuen beter beschermen. Desondanks blijft de zaak een belangrijk voorbeeld van hoe juridische beslissingen kunnen leiden tot ernstige schendingen van mensenrechten.