Een federale rechter in de Verenigde Staten heeft vandaag een cruciale uitspraak gedaan tegen de door voormalig president Donald Trump opgelegde Section 122-invoertarieven. Deze maatregel legde een uniforme 10% belasting op op een groot aantal importproducten uit verschillende landen wereldwijd.

De rechter van het US Court of International Trade oordeelde dat de tarieven onwettig zijn en blokkeerde daarmee een beleid dat volgens critici ernstige economische schade zou kunnen toebrengen. De uitspraak volgt op twee gezamenlijke rechtszaken: één aangespannen door het Liberty Justice Center namens twee importeurs, en een andere gedreven door 24 Amerikaanse staten, onder leiding van Oregon.

Waarom de tarieven onwettig zijn

Section 122 van de Trade Act van 1974 geeft de president de bevoegdheid om tijdelijke invoertarieven van maximaal 15% op te leggen bij zogeheten ‘fundamentele internationale betalingsproblemen’. Dit kan betrekking hebben op grote Amerikaanse betalingsbalansdeficits of een dreigende waardedaling van de dollar. Trump beriep zich op deze wet om zijn 10% tarieven te rechtvaardigen.

Het hof wees deze argumentatie echter af. Volgens de rechter voldeed de regering-Trump niet aan de wettelijke voorwaarden. De regering baseerde zich op het lopende tekort op de lopende rekening (current account deficit) en sprak over een ‘groot en ernstig handelstekort’. Maar de wet uit 1974 verwijst naar een specifieke definitie van betalingsbalansdeficit, namelijk tekorten in:

  • liquiditeit;
  • officiële transacties;
  • basisbalans.

Deze definitie was destijds gerelateerd aan het Bretton Woods-systeem, een vast wisselkoerssysteem dat tot 1973 bestond. Destijds was er onzekerheid over een mogelijke terugkeer naar een vast wisselkoerssysteem, en de wet moest dienen als een veiligheidsmaatregel.

Gevaar voor machtsmisbruik

De Trump-regering betoogde dat de president brede discretionaire bevoegdheid zou moeten hebben om te bepalen wat als een betalingsbalansdeficit geldt. Het hof verwierp dit standpunt echter, omdat het de president in feite onbeperkte macht zou geven om tarieven op te leggen. Dit zou leiden tot een constitutioneel probleem van delegatie van bevoegdheden, aldus de rechter.

De uitspraak is een belangrijke overwinning voor de scheiding der machten en benadrukt dat de uitvoerende macht zich moet houden aan de grenzen die de wet stelt. Het blokkeert een beleid dat volgens critici de Amerikaanse economie zou kunnen schaden en de handel met andere landen zou kunnen verstoren.

Bron: Reason