Lege beloftes over transparantie
In 2024 beloofde Donald Trump een ‘meest transparante regering ooit’. Maar de praktijk blijkt anders: openbaarmakingsverzoeken (FOIA) worden systematisch vertraagd of genegeerd. De Epstein-dossiers zijn het meest in het oog springende voorbeeld, maar de minachting voor het recht op informatie reikt veel verder.
Elke dag genereert de overheid enorme hoeveelheden data, e-mails en rapporten die van en voor de burger zijn. De Freedom of Information Act (FOIA) verplicht de overheid om deze documenten openbaar te maken, mits er geen wettelijke uitzonderingen zijn. Toch wordt deze wet nu stelselmatig omzeild.
Van voorvechters tot tegenstanders van transparantie
Voor Trump en Robert F. Kennedy Jr. was FOIA ooit een nuttig instrument. Trump diende zelf verzoeken in bij de IRS en het National Archives om onderzoeken te blokkeren. Kennedy gebruikte FOIA om informatie op te vragen over vaccins, zijn Secret Service-bescherming en diende zelfs een rechtszaak in wegens te late reacties.
Nu, onder hun leiding, is de situatie radicaal veranderd. Openbare informatieafdelingen zijn gesloten, staf is ontslagen en verzoeken verdrinken in een zee van bureaucratie. Zelfs de medewerkers die deze problemen zouden kunnen oplossen, zijn weg.
Hoe slecht is het gesteld met de transparantie?
Bij het Department of Health and Human Services (HHS) – onder leiding van Kennedy – zijn meerdere openbare informatieafdelingen binnen een nacht gesloten. Tijdens zijn bevestigingshoorzittingen beloofde Kennedy ‘radicale transparantie’: burgers zouden niet meer hoeven te wachten op FOIA-antwoorden. Op de HHS-website staat zelfs een pagina met de titel ‘Radical Transparency’.
Maar de realiteit is anders. Deze pagina bevat slechts vijf onderwerpen, allemaal gerelateerd aan politieke prioriteiten zoals vermeende belangenverstrengeling bij vaccinadviseurs, ‘verspilling van belastinggeld’ en ‘bestrijding van antisemitisme op campussen’. Voor een echt FOIA-verzoek moet men nu terecht bij het centrale platform FOIA.gov, dat een wachttijd van 490 dagen heeft – terwijl de wet een maximale termijn van 20 werkdagen voorschrijft.
Een patroon van vertraging en afwijzing
De vertragingen zijn geen incidentele fouten, maar een structureel probleem. Onderzoek van Mother Jones toont aan dat verzoeken jarenlang onbeantwoord blijven. Enkele voorbeelden:
- Julia Métraux (onderzoeker handicapzaken) diende in 2022 een verzoek in over een school in Massachusetts die elektrische schokken toepast op kinderen met een beperking. Geen reactie.
- Madison Pauly (onderzoeker LHBTQ+-zaken) vroeg in mei 2023 om documenten over een omstreden rapport over genderdysforie. Geen reactie.
- Julia Lurie (onderzoeker kinderbescherming) vroeg in dezelfde maand om informatie over ‘wellness farms’ (die Kennedy noemt als behandeling voor antidepressivagebruikers) en het psychedelische middel ibogaine. Geen reactie.
De wachttijd van 267.000 openstaande verzoeken op FOIA.gov is geen uitzondering, maar de norm. Burgers die sneller antwoord willen, kunnen hun verzoek beter per fles naar zee sturen – de overheid is niet in staat om binnen de wettelijke termijn te reageren.
Een rechtszaak voor recht op informatie
Om een einde te maken aan deze systematische blokkade, is een groep journalisten en burgerrechtenorganisaties een rechtszaak gestart tegen de Amerikaanse overheid. De aanklacht richt zich op de ‘pattern and practice’ van het stelselmatig negeren van FOIA-verzoeken, wat in strijd is met de wet.
De zaak benadrukt dat transparantie geen keuze is, maar een grondrecht. Zonder toegang tot overheidsinformatie kunnen burgers, journalisten en wetenschappers hun werk niet doen. De overheid moet verantwoording afleggen – niet alleen in woord, maar ook in daad.
‘Transparantie is geen marketingtruc, maar een hoeksteen van de democratie.’
— Onderzoeker FOIA-rechten