Het Robertshof en de erfenis van Plessy v. Ferguson
De geschiedenis herhaalt zich. Toen het Amerikaanse Hooggerechtshof vorige maand een einde maakte aan de bescherming van de Voting Rights Act uit 1965, bracht het daarmee de multiraciale democratie van de Tweede Reconstructie in gevaar. De uitspraak deed dit met dezelfde logische en onlogische argumenten die het Hooggerechtshof meer dan een eeuw eerder gebruikte om de Eerste Reconstructie te ondermijnen.
Het Robertshof lijkt in veel opzichten een neoconfederale rechtbank. Het past tactieken en ideeën toe uit de jaren 1880 en 1890, toen rechters evenmin een robuuste gelijkheidsvisie konden verdragen. De meerderheid van het hof verblindt zichzelf voor de realiteit, net zoals in 1896.
Plessy v. Ferguson: separate maar niet gelijk
In 1896 oordeelde het Hooggerechtshof dat een wet in Louisiana die zwarte en witte treinpassagiers scheidde, grondwettelijk was. Het principe van ‘separate but equal’ werd hiermee bevestigd. Pas decennia later, met uitspraken als Brown v. Board of Education, werd duidelijk dat ‘separate’ niet gelijk was aan ‘equal’.
De meerderheid in Plessy v. Ferguson stelde dat de wet neutraal was en beide rassen gelijk behandelde. Ze weigerde te erkennen dat segregatie in een witte suprematie-samenleving automatisch een stempel van minderwaardigheid drukte op de gedwongen gescheiden groep. Zo schreef rechter Henry Brown voor de meerderheid:
"Als dit zo is, dan komt dat niet door de wet zelf, maar omdat de gekleurde bevolking die interpretatie kiest."
Rechter John Marshall Harlan, de enige dissident, weerlegde deze redenering. In zijn beroemde dissent schreef hij:
"De ware betekenis van deze wet is dat gekleurde burgers zo inferieur en verachtelijk worden geacht dat ze niet in dezelfde treinwagons als witte burgers mogen zitten."
Toch weigerde de meerderheid deze evidentie te erkennen. In plaats daarvan schreef het hof de motieven van de wet toe aan ‘gebruiken, tradities en het behoud van openbare orde’. Het hof toonde zich onderdanig aan de wetgever, alsof de intentie achter de wet niet ter discussie stond.
Louisiana v. Callais: een moderne Plessy?
Meer dan een eeuw later nam Louisiana een nieuwe wet aan: een congreskaart die slechts één van de zes kiesdistricten een zwarte meerderheid gaf, terwijl de staat voor een derde uit zwarte inwoners bestaat. Deze kaart ondermijnt de politieke vertegenwoordiging van zwarte burgers, net zoals Plessy v. Ferguson segregatie legaliseerde.
Het Robertshof gebruikte in Louisiana v. Callais een vergelijkbare redenering als in Plessy. De meerderheid negeerde de historische en sociale context en behandelde de wet als neutraal, ondanks de duidelijke impact op zwarte kiezers. Dit roept de vraag op: is het Robertshof bezig met een terugkeer naar segregatie en juridische superioriteit?
De gevolgen voor de Amerikaanse democratie
De uitspraken van het Robertshof bedreigen de vooruitgang die na de Tweede Wereldoorlog en de Burgerrechtenbeweging is geboekt. Door de Voting Rights Act te verzwakken en segregatieachtige praktijken te legitimeren, zet het hof de deur open voor verdere ongelijkheid. Dit is geen toeval, maar een bewuste keuze die teruggrijpt op een donkere periode in de Amerikaanse geschiedenis.
De vraag is niet langer of het Robertshof de geschiedenis herhaalt, maar of de samenleving dit nog langer zal tolereren.