Op 28 april vloog ik met Spirit Airlines vanaf LaGuardia. Enkele dagen later maakte de luchtvaartmaatschappij bekend te stoppen. Het voelde alsof ik net op tijd de laatste helikopter uit Saigon had genomen. Maar eerlijk gezegd: elke vlucht met Spirit voelde als een vlucht uit een oorlogsgebied.
De krappe stoelen, de onmogelijk kleine bagageruimtes, de passagiers die als sardines in een blik zaten – en dat gevoel dat elk moment alles kon ontploffen. De meeste mensen hebben een haat-liefdeverhouding met Spirit. Ik niet alleen: ik heb ooit de toenmalige CEO, Ben Baldanza, publiekelijk uitgedaagd.
In 2015 schreef ik een essay voor The New Republic met de ondertitel ‘Een bedrijfskundige bestudeert de slechtste luchtvaartmaatschappij ter wereld’. Binnen een uur stuurde Baldanza me een mail: hij wilde een debat. We ontmoetten elkaar weken later op de campus van de University of Chicago Booth School of Business, waar ik nog steeds doceer in bedrijfsethiek. Voor een volle zaal, met zijn hele managementteam erbij, debatteerden we over de morele kant van Spirits unieke bedrijfsvoering.
Baldanza leidde Spirit al bijna tien jaar en had de maatschappij getransformeerd van een gewone low-costcarrier – zoals Southwest of JetBlue – naar een ultra-low-costluchtvaartmaatschappij. Het verschil? Bij JetBlue kon je in 2015 nog gewoon je stoel kiezen, je bagage meenemen en genieten van gratis snacks. Bij Spirit niet. Daar betaalde je voor alles.
Spirits ‘bare fare’-model betekende dat je bij aankoop van een ticket alleen een stoel kreeg. Geen snacks, geen stoelkeuze, geen handbagage. Dat waren allemaal extra kosten. Baldanza presenteerde dit als een besparingsstrategie voor klanten:
‘Al onze verschillen draaien om geld besparen voor onze passagiers.’Maar was dat wel zo?
Ja, Spirit was vaak goedkoper dan andere maatschappijen. Maar om van die besparing te profiteren, moest je luchtvaart anders benaderen. Bij Spirit was vliegen simpelweg het vervoer van A naar B. Eten, comfort, ruimte – dat waren luxeopties. Het was alsof je in een restaurant kwam waar de ober je een mes en vork probeerde te verkopen: je betaalde voor wat vroeger vanzelfsprekend was.
In 2015 leek het er niet op dat Spirit bezig was met het verkopen van een ervaring. Het verkocht een visie op luchtvaart: een wereld waarin alleen het strikt noodzakelijke werd aangeboden, en alles daarbuiten een extra kost.
Nu Spirit stopt, blijft de vraag: was dit model een innovatie of een morele misstap? Voor velen was het een nachtmerrie. Voor anderen een geniale besparingsstrategie. Maar één ding is zeker: Spirit heeft de luchtvaart voorgoed veranderd.