De overwinning van Abigail Spanberger bij de gouverneursverkiezingen in Virginia vorig jaar november was een historische overwinning. Haar campagne draaide om één kernpunt: het beteugelen van de stijgende elektriciteitsprijzen. Virginia herbergt ’s werelds grootste concentratie aan kunstmatige-intelligentiedatacentra, en de vraag naar energie stijgt explosief. Toch tekende Spanberger, een Democratisch politica, onlangs een wet die Virginia weer laat deelnemen aan het Regional Greenhouse Gas Initiative (RGGI), een CO₂-prijssysteem voor elektriciteitsbedrijven in de noordoostelijke en midden-Atlantische staten van de VS.
Haar Republikeinse voorganger, Glenn Youngkin, stapte in 2022 uit het programma. RGGI werkt als een ‘cap-and-trade’-systeem: het legt een maximum op aan de CO₂-uitstoot van energiebedrijven en dwingt hen te betalen voor elke ton uitstoot die ze veroorzaken. Hoewel dit bedrijven stimuleert om over te schakelen op schonere brandstoffen, leiden de extra kosten vaak tot hogere energierekeningen voor consumenten. Dat maakt het systeem omstreden, zeker nu Democraten zich richten op het verlagen van kosten voor kiezers die worstelen met inflatie.
Ook in andere staten lopen discussies over het versoepelen van CO₂-prijssystemen. In Californië pleiten Democraten voor versoepeling van het eigen cap-and-trade-programma, terwijl gouverneur Kathy Hochul in New York een vergelijkbaar systeem voor auto’s en gebouwen heeft uitgesteld. Toch ziet Spanberger kansen in RGGI voor Virginia. Volgens voorstanders kan het systeem huishoudens juist beschermen tegen de kosten van de datacentra-boom.
De opbrengsten uit de verkoop van vervuilingsrechten zouden uiteindelijk de energierekening kunnen verlagen en de energietransitie versnellen. William Shobe, een van de architecten van RGGI en emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Virginia, benadrukt dat een goed ontworpen systeem de kosten eerlijk kan verdelen.
‘Natuurlijk leggen we kosten op aan consumenten, omdat we de externe kosten van vervuiling internaliseren. Maar het is essentieel om te voorkomen dat een goed milieubeleid regresief wordt. Met de juiste inrichting is RGGI een extra instrument om de kosten die datacentra leggen op consumenten te herverdelen.’
RGGI werkt met een dalend plafond voor CO₂-uitstoot, waardoor energiebedrijven worden gestimuleerd om over te schakelen op hernieuwbare bronnen zoals zonne- en windenergie. Sinds de lancering in 2009 hebben deelnemende staten hun uitstoot aanzienlijk verminderd, vooral door kolen te vervangen door aardgas. In Virginia is Dominion Energy de grootste energieleverancier, met meer dan de helft van de huishoudens als klant. Dominion heeft in het verleden de kosten van RGGI doorberekend via een toeslag van ongeveer 5 dollar per maand per huishouden.
Critici wijzen erop dat deze kosten onevenredig hard aankomen bij lagere inkomensgroepen. Toch geloven voorstanders dat de langetermijnvoordelen – zoals lagere energierekeningen door efficiënter energiegebruik en lagere brandstofkosten – opwegen tegen de initiële kosten. Daarnaast zou RGGI Virginia kunnen helpen om sneller te voldoen aan de klimaatdoelen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.