De discussie over de uitbreiding van kunstmatige intelligentie (AI) en de daarvoor benodigde infrastructuur beperkte zich tot voor kort tot lokale bestuursorganen zoals gemeenteraden en ruimtelijke ordeningscommissies. Maar de weerstand tegen hyperscale datacenters – de enorme faciliteiten die nodig zijn voor het trainen en implementeren van AI-modellen – is nu op nationaal niveau aangekomen.
De wetgevers van Maine hebben deze week als eerste Amerikaanse staat een moratorium goedgekeurd op de bouw van nieuwe datacenters die meer dan 20 megawatt aan stroom verbruiken. Deze maatregel geldt voor de komende 18 maanden. De beslissing komt op een moment dat de energierekeningen in Maine gemiddeld met 58% zijn gestegen in vijf jaar tijd. Een groot deel van die stijging is toe te schrijven aan de afhankelijkheid van aardgas, maar veel inwoners vrezen dat extra datacenters de kosten alleen maar verder zullen opdrijven.
Volgens Dan Diorio, woordvoerder van de lobbygroep Data Center Coalition, mist Maine hiermee een cruciale kans. In een verklaring waarschuwde hij dat een moratorium investeringen zal ontmoedigen en het signaal afgeeft dat de staat niet openstaat voor bedrijven. “Het zou lokale gemeenschappen beroven van de kans om te concurreren voor banen en investeringen, terwijl Maine belangrijke langetermijneconomische kansen verspeelt,” aldus Diorio.
Democratisch volksvertegenwoordiger Melanie Sachs, die het wetsvoorstel indiende, ziet dat anders. “De voordelen voor onze energierekening, waterverbruik en lokale economie zijn niet aangetoond,” zei ze tegen Associated Press. Datacenters belasten niet alleen het elektriciteitsnet, maar kunnen ook de luchtkwaliteit aantasten. Zo loopt de NAACP momenteel een rechtszaak tegen Elon Musks bedrijf xAI, dat wordt beschuldigd van overtreding van de Clean Air Act door gasgestookte turbines te gebruiken voor de energievoorziening van datacenters in Memphis.
Ondanks de beloften van datacentereigenaren over economische groei, blijft het lastig om de daadwerkelijke voordelen voor gemeenschappen te beoordelen. Bedrijven ontvangen vaak miljoenen dollars aan belastingvoordelen, maar zijn wettelijk niet verplicht om financiële details openbaar te maken. Dit maakt het onmogelijk om te bepalen of de investeringen daadwerkelijk renderen voor de lokale bevolking.
Arjun Krishnaswami, onderzoeker bij de Federation of American Scientists, ziet in het moratorium van Maine een teken dat techbedrijven hun verantwoordelijkheid voor de risico’s van datacenters niet serieus nemen. “Hun verkooppraatje werkt niet, mede door het gebrek aan transparantie,” aldus Krishnaswami.
Greg LeRoy, directeur van Good Jobs First, een organisatie die bedrijfsverantwoordelijkheid onderzoekt, is nog kritischer. “Ze opereren in het geheim: ze komen binnen onder LLC’s en codenamen, en eisen geheimhoudingscontracten. Zolang ze zich gedragen alsof ze ’s nachts moeten komen, moet je je afvragen: wat verbergen ze? En het antwoord is simpel: het is een slechte deal.”
Volgens LeRoy markeert de beslissing van Maine een seismische verschuiving in de publieke opinie. De datacentermarkt is een miljardenindustrie en droeg vorig jaar voor ongeveer 3% bij aan de Amerikaanse economische groei. Toch zou het energieverbruik van AI-datacenters tegen 2030 met maar liefst 165% kunnen stijgen – een ontwikkeling die steeds meer staten zorgen baart.